wetzoeker

Artikel 4.8 Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

Waterschappen

1 De eigen bijdrage per maand voor het gebruik, anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden, van een aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ter beschikking gestelde auto, bedoeld in artikel 4.2.10, eerste lid, van het besluit, wordt, voor zover nodig op basis van nacalculatie, berekend volgens de formule (a/b)p/12, waarbij:

a. ‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar door betrokkene in de ter beschikking gestelde auto anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden gereden kilometers;

b. ‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar door betrokkene in de ter beschikking gestelde auto gereden kilometers;

c. ‘p’ staat voor het totaal bedrag van de kosten van de auto dat in het kalenderjaar ten laste van de het waterschap, daaronder in ieder geval de kosten van afschrijving, onderhoud, brandstof en verzekering.

2 Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed, mits deze kosten niet uit anderen hoofde worden vergoed.

3 Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Regeling
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
07-07-2026
BWB-id
BWBR0041573
Versie
2026-07-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl