wetzoeker

Regeling indexering bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, enz.

Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 14 november 2018, nr. 2406921, tot indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit proceskosten bestuursrecht, de Wet griffierechten burgerlijke zaken en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2019
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Burgerlijk procesrecht, Onderwijsrecht, Procesrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0041568
Versie
2019-01-01_0
SHA-256 bron
f1df6fe8a53c1de89f3f40a970dec84d8b9b42919c5f92f5217fabd00356f214

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel II

Wijzigt het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Artikel III

Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken.

Artikel IV

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel V

1 Artikel 4:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat lid luidde voor 1 januari 2019 blijft van toepassing als het bestuursorgaan de in het derde lid van dat artikel bedoelde schriftelijke ingebrekestelling voor die datum heeft ontvangen.

2 Artikel 4:113 van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat artikel luidde voor 1 januari 2019 blijft van toepassing als de aanmaning betrekking heeft op een voor die datum ontstane betalingsverplichting.

3 Artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat lid luidde voor 1 januari 2019 blijft van toepassing als het beroepschrift voor die datum is ontvangen. Als de eerste volzin van toepassing is en na 2018 een ander beroepschrift wordt ontvangen dat gericht is tegen hetzelfde besluit, wordt de eerste volzin ook toegepast op dat andere beroepschrift.

4 Artikel 8:109, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat lid luidde voor 1 januari 2019 blijft van toepassing als het hogerberoepschrift voor die datum is ontvangen. Als de eerste volzin van toepassing is en na 2018 een ander hogerberoepschrift wordt ontvangen dat gericht is tegen dezelfde uitspraak, wordt de eerste volzin ook toegepast op dat andere hogerberoepschrift.

5 Artikel 7.67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zoals dat artikel luidde voor 1 januari 2019 blijft van toepassing als het beroepschrift voor die datum is ontvangen. Als de eerste volzin van toepassing is en na 2018 een ander beroepschrift wordt ontvangen dat gericht is tegen hetzelfde besluit, wordt de eerste volzin ook toegepast op dat andere beroepschrift.

Artikel VI

Het griffierecht in burgerlijke zaken zoals het gold vóór 1 januari 2019 blijft van toepassing:

a. voor de eiser of verzoeker die dit griffierecht voor die datum verschuldigd is geworden;

b. voor de gedaagde die verschijnt in een dagvaardingsprocedure waarin het exploot van dagvaarding voor die datum is betekend en in dat exploot een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten als bedoeld in artikel 111, tweede lid, onder k, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is opgenomen;

c. voor de belanghebbende die schriftelijk verweer voert in een verzoekschriftprocedure, waarvoor de oproeping is gedagtekend voor die datum en in die oproeping een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten is opgenomen als bedoeld in artikel 276, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

d. voor de verweerder die verschijnt in een vorderingsprocedure als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (nieuw), waarvoor het oproepingsbericht is gedagtekend voor die datum en in dat oproepingsbericht een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten is opgenomen als bedoeld in artikel 111, tweede lid, onder g, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (nieuw).

Artikel VII

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.