wetzoeker

Toelichting vooraf Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022

De voortgangsrapportage geeft inzicht in de inhoudelijke en financiële voortgang van een toegekend RIF-project.

Uit de voortgangsrapportage moet duidelijk blijken wat de verschillen zijn tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten (vermeld in het activiteitenplan) en de feitelijke realisatie tot nu toe (terugblik), welke mogelijkheden voor versterking men ziet en welke bijstellingen men voor ogen heeft (vooruitblik). Dit kan leiden tot een aangepast activiteitenplan, een aangepaste meerjarenbegroting en een actualisatie van de wijze waarop het project wordt verduurzaamd. Van belang is dat deze terugblik en vooruitblik geschiedt in overleg tussen de partners in het samenwerkingsverband. Vandaar dat een zelfevaluatie onderdeel uitmaakt van de voortgangsrapportage.

Criterium | Deelaspecten | Minimale voorwaarden

Meerwaarde en draagvlak samenwerkingspartners (effecten van de zelfevaluatie door de partijen in het project) | De ‘fysieke’ zelfevaluatie is een product van de dialoog tussen de samenwerkingspartners over de voortgang van het project. De zelfevaluatie vormt de basis voor: 1. herbevestiging van commitment door de partners voor (ten minste) de tweede helft van de subsidieperiode; 2. de (door)ontwikkeling van verdienmodellen; 3. gezamenlijke visievorming. | 1. In het verslag wordt inzichtelijk gemaakt wat de stand van zaken is van de activiteiten waaruit blijkt dat de partners in de eerste projectperiode een verkenning hebben gedaan van verduurzamingsmogelijkheden en verdienmodellen (financieel model). 2. De zelfevaluatie toont aan wat de stand van zaken is van de afspraken tussen de samenwerkingspartners die zijn opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. 3. De zelfevaluatie bevat een actualisatie van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt voortgezet (met aandacht voor toekomstverkenningen) voor de tweede helft van de subsidieperiode en na afloop van de subsidieperiode, die hun weerslag vinden in het activiteitenplan en de meerjarenbegroting. 4. De zelfevaluatie bevat een uitwerking van kracht- en verbeterpunten in de samenwerking.

Voortgang project | Een stand van zaken van de voortgang en de daarbij behorende effecten van het project (de verrichte activiteiten) voor de eerste helft van de projectperiode. | Er is inzichtelijk gemaakt wat de resultaten zijn van de uitvoering van het project tot nu toe. Er is een heldere beschrijving van het effect van deze resultaten op de beoogde mijlpalen en doelstellingen van het project. Er is inzichtelijk gemaakt wat de risico’s zijn, inclusief bijsturingsmaatregelen.

Realiteitsgehalte activiteitenplanning | De beoogde doelstellingen met bijbehorende effecten en activiteitenplanning zijn uitvoerbaar en haalbaar voor de tweede helft van de projectperiode. Deze doelen zijn Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden (SMART) Bij aanpassing van doelen wordt een aangepast plan van aanpak voor de tweede helft van de subsidieperiode ingediend. | 1. Een uitgewerkt en realiseerbaar activiteitenplan voor het eerste jaar van de tweede helft van de subsidieperiode. En een globaal en realiseerbaar activiteitenplan voor de overige jaren van de projectperiode met fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten. 2. Het activiteitenplan bestaat uit fasering, taakverdeling tussen de partners, een duidelijke beschrijving van de mijlpalen die na afloop van de subsidieperiode moeten zijn bereikt om de doelstellingen van de publiek-private samenwerking te behalen (beoogde eindresultaten). 3. Bij aanpassing van het plan van aanpak: een heldere beschrijving van het verschil met de oorspronkelijke aanvraag. Er is inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn van deze wijziging voor de oorspronkelijke doelen van het toegekende project.

Meerjarenbegroting | Er is een realistische begroting van de subsidiabele kosten voor de tweede helft van de projectperiode. Er is een realistische financiële raming voor de periode na de subsidieperiode | 1. Een gedetailleerde begroting voor de tweede helft van de projectperiode. Deze is inzichtelijk en evenwichtig en voldoet aan de eisen van de regeling. 2. Bij wijzigingen in de begroting een heldere beschrijving van het verschil met de oorspronkelijke begroting. Er is inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn van deze wijziging voor de omvang van de cofinanciering.3. Er is een realistisch financieel model opgesteld om de pps voort te laten bestaan na de subsidieperiode. Dit betreft: - een inzichtelijke weergave van de jaarlijkse inkomsten en uitgaven voor de eerstvolgende vier jaren na de subsidieperiode. - een onderbouwing van het (verwachte) positieve dan wel negatieve resultaat.

N.B. Indien de uitbraak van COVID-19 of de maatregelen ter bestrijding ervan van grote invloed op de voortgang van het project heeft, dient het bevoegd gezag van de aanvragende onderwijsinstelling te beschrijven waaruit die invloed bestaat, welke maatregelen zijn of worden genomen om de voortgang van het project desondanks zoveel mogelijk te waarborgen en eventueel welke onzekerheden er daarbij zijn. Als het bevoegd gezag een dergelijke beschrijving heeft gegeven, kan de beoordelingscommissie dit meewegen in de beoordeling van bovenstaande criteria. Daarbij kan de beoordelingscommissie ook rekening houden met de mogelijkheden van de Minister, bedoeld in artikel 32a, eerste, derde en vijfde lid.

Regeling
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0041553
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl