wetzoeker

Beoordelingskader voor opschalers Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022

Toets vooraf:

De subsidie voor opschalers is bedoeld voor projecten die al eerder subsidie hebben ontvangen.

Om als opschaler voor subsidie van het RIF in aanmerking te komen geldt dat:

1. het project waarvoor eerder subsidie is verkregen vanuit het RIF (2014–2018) of voor de ontwikkeling van een Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) is afgerond. Dat wil zeggen dat de subsidie is vastgesteld;

2. activiteiten waarvoor subsidie kan worden verkregen aanvullend zijn op de activiteiten waarvoor eerder subsidie is verkregen. Uitsluitend verdiepings- en verbredingsactiviteiten komen in aanmerking voor subsidie;

3. het project voortvloeit uit het project waarvoor eerder subsidie is verkregen. Dit moet blijken uit de doelstellingen, strategie en voorgenomen activiteiten van de opschaling. En het moet blijken uit het feit dat het samenwerkingsverband (de pps-partners) voor ten minste de helft blijft deelnemen in het project;

4. het project waarvoor eerder subsidie is verkregen aantoonbaar succesvol zonder rijkssubsidie is voortgezet. Dit betekent dat er een gedegen evaluatie heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat (a) het project in termen van ontwikkeling en doelrealisatie succesvol is geweest en (b) er sprake is van een duurzame publiek-private samenwerking. Over deze resultaten van de evaluatie wordt door de aanvrager gerapporteerd in de aanvraag voor de opschaling;

5. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden niet tevens gefinancierd vanuit andere rijksoverheidsmiddelen.

Criterium | Deelaspecten | Minimale vereisten | Scoring

1. Verbetering aansluiting onderwijs op (regionale) arbeidsmarkt | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters. Met dien verstande dat in plaats van de minimale vereiste 5 het volgende geldt: Naast ‘ontwikkeling van onderzoekend vermogen’ en ‘professionalisering van docenten’ (criteria 3 en 4) kan binnen het project worden gekozen voor ‘het stimuleren van een leven lang ontwikkelen’ en/of ‘het verbeteren van de aansluiting op de arbeidsmarkt van jongeren in een entreeopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs’. | Gelijk aan de criteria voor starters. Met dien verstande dat in plaats van de score 5 van het deelaspect doelstellingen van het project het volgende geldt: Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de doelstellingen van het project (meer) bijdragen aan ‘het stimuleren van een leven lang ontwikkelen’ en/of ‘het verbeteren van de aansluiting op de arbeidsmarkt van jongeren in een entreeopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs’

2. Verbreding en verdieping | Er is sprake van verbreding en verdieping ten opzichte van het project waar de opschaling uit voortvloeit. | 1. Verbreding betekent dat er een aanzienlijke toename is in het bereik van het project. Dit blijkt uit het aantal docenten, studenten en arbeidsorganisaties en/of het aantal opleidingen dat wordt bereikt met het project. 2. Verdieping houdt in dat er sprake is van innovatie en doorontwikkeling. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er nieuwe onderwijsconcepten, leermethoden en/of innovatie in de beroepspraktijk worden toegepast en verankerd. | Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate het voorstel meer ambitieus (en realistisch) is in de mate van verbreding en verdieping.

3. Onderzoekend vermogen | Het stimuleren van onderzoekend vermogen en een onderzoekende houding bij docenten, praktijkbegeleiders en/of studenten is onderdeel van het project. | 1. Docenten en praktijkbegeleiders voeren onderzoekende activiteiten uit binnen het project. Dat wil zeggen dat zij: - zichtbaar werken vanuit een onderzoekende houding (bijvoorbeeld door de pdca-cyclus toe te passen); - continu willen leren en ontwikkelen; - werken aan het verbeteren van het project; - toepassen van beschikbaar onderzoek in de werkpraktijk; en/of - zelf actief betrokken zijn in (eigen) onderzoek in de werkpraktijk. Zij worden daarbij ondersteund door competente medewerkers, zoals practoren, lectoren, docentonderzoekers, interne of externe onderzoekers. 2. Deze onderzoekende activiteiten zijn opgenomen in de activiteitenplanning. 3. Bij het uitvoeren van onderzoekende activiteiten wordt gebruik gemaakt van beproefde methodes (bijvoorbeeld ontwerponderzoek of (participatief) actieonderzoek). | Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate: 1. De resultaten van de onderzoekende activiteiten worden gebruikt voor het verbeteren van de inrichting /uitvoering van het onderwijsproces en/of bedrijfsproces van de partners. 2. Studenten worden betrokken bij het uitvoeren van de onderzoekende activiteiten (bijvoorbeeld bij het verzamelen van onderzoeksgegevens).

4. Docent-professionalisering | Het stimuleren van de professionalisering bij docenten/ praktijkbegeleiders is onderdeel van het project. | 1. Docenten en praktijkbegeleiders voeren activiteiten uit die hun kennis en vaardigheden van de beroepspraktijk versterkt, zodat zij voldoende op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen. 2. Betrokkenheid en medewerking uit het bedrijfsleven bij de uitvoering van het mbo-onderwijs. | Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate: 1. Opgedane kennis en vaardigheden van de beroepspraktijk worden gedeeld binnen de mbo-instelling. 2. Vergroten van het aantal circulaire (zoals hybride) docenten of instroom vanuit het bedrijfsleven naar het mbo, op kwantitatief en kwalitatief niveau.

5. Samenwerking en draagvlak | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters.

6. Uitvoerbaarheid en haalbaarheid | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters.

7. Duurzaamheid | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters.

8. Financiering | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters. | Gelijk aan de criteria voor starters.

Regeling
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0041553
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl