wetzoeker

Artikel 11 Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022

Subsidie voor duurzame publiek-private samenwerking

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

a. kosten voor afschrijving van nieuwbouw en verbouw, die niet voldoen aan artikel 17, zesde lid, kosten van leegstand van gebouwen, dan wel loonverletkosten van personeel;

b. activiteiten die zijn gefinancierd vanuit de rijksbijdrage voor de betreffende instelling, bedoeld in artikel 2.2.1 van de wet;

c. activiteiten die voor het tijdstip van indienen van de aanvraag hebben plaatsgevonden;

d. activiteiten met betrekking tot publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs waarvoor reeds subsidie is verleend door de Minister voor de ontwikkeling van een Centrum voor innovatief vakmanschap met tussenkomst van het Platform Bèta Techniek;

e. activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van de Regeling cofinanciering sectorplannen van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

f. activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling praktijkleren respectievelijk de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

g. activiteiten die worden gesubsidieerd op grond van de Subsidieregeling sterker techniekonderwijs 2020–2023; en

h. activiteiten die worden gesubsidieerd op grond van een andere ministeriële regeling dan de onderdelen e, f en g genoemde.

Regeling
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0041553
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl