wetzoeker

Artikel 4.3.6 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Gemeenschappelijke bepalingen

1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. beroepsziekte: ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;

b. dienstongeval: ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.

2 Een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekte of een dienstongeval:

a. voor zover deze kosten ten laste blijven van het lid van het algemeen bestuur, het lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter, en

b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.

3 In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid, en gehoord de vergadering van fractievoorzitters van alle partijen in het algemeen bestuur.

4 Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.

5 Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden of ontslag, is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen lid van het algemeen bestuur, het gewezen lid van het dagelijks bestuur of de gewezen voorzitter.

Regeling
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
AMvB
Geldend vanaf
07-07-2026
BWB-id
BWBR0041522
Versie
2026-07-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl