wetzoeker

Artikel 2.3.6 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Gemeenschappelijke bepalingen

1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. beroepsziekte: ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;

b. dienstongeval: ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.

2 Een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekte of een dienstongeval:

a. voor zover deze kosten ten laste blijven van het statenlid, de gedeputeerde of de commissaris, en

b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.

3 In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid, en gehoord de vergadering van fractievoorzitters van alle partijen in provinciale staten.

4 Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.

5 Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden of ontslag, is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen statenlid, de gewezen gedeputeerde of de gewezen commissaris.

Regeling
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
AMvB
Geldend vanaf
07-07-2026
BWB-id
BWBR0041522
Versie
2026-07-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl