wetzoeker

Domein II. Milieu, welzijn en infrastructuur Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar

De boa Milieu, welzijn en infrastructuur is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.

1. Algemene wet inzake rijksbelastingen;

2. Herziene Rijnvaartakte;

3. Meetbrievenwet 1981;

4. Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart;

5. Schepenwet;

6. Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967;

7. Vaarplichtwet;

8. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;

9. Artikelen 30 en 34 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;

10. Wet behoud scheepsruimte 1939;

11. Wet op de dierproeven;

12. Wet openbare manifestaties;

13. De in de artikelen 1 en 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wettelijke voorschriften, wetten en EU-verordeningen. Ten aanzien van het bepaalde bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is, met uitzondering van de opsporingsambtenaren, aangewezen in artikel 1, onder b, van het Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving, de bevoegdheid van de boa daarbij beperkt tot de volgende artikelen:

a. de artikelen 20g, 29, 29a, 30, 30a, 33, 34, 34a en 35 WVW;

b. alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 WVW en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV);

c. voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28 juncto 31, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) en D (rijrichting) RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan voor zover de handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast of op de bescherming van het milieu of de natuur.

Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Openbaar Ministerie. Een aanvraag tot instemming wordt getoetst aan de door het Openbaar Ministerie hiertoe vastgestelde kaders. De toepasselijke kaders zijn te vinden op www.om.nl/digitaalhandhavenRVV;

14. Artikelen 141, 151e, 157, 160 t/m 163, 172, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 198, 199, 216 t/m 225, 227b, 230, 231, tweede lid, 254b, 266 juncto 267, eerste lid, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, eerste lid, onder 3°, 307, 308, 310, 311, 314, 315, 321, 326, 329, 330, 337, 350, 351, 351bis, 352, 416, 417bis, 424 t/m 429, 430a, 430b, 435, onder 4°, 437, 437bis, 437ter, 447b, 447c, 447d, 447e en 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht;

14a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;

14b. Artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 284, 285, 300 juncto 304 eerste lid onder 3° Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om de eigen veiligheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar;3

15. Wrakkenwet;

16. Zondagswet;

17. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project;

18. Hoofdstuk Va Wet publieke gezondheid, met uitzondering van artikel 58j, eerste lid, onder f.

3 Voor interpretatie van deze artikelen wordt verwezen naar de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar paragraaf 4.1 Veilige publieke taak.

Regeling
Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-09-2026
BWB-id
BWBR0041447
Versie
2026-09-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl