wetzoeker

Paragraaf 2.3 — Betrouwbaarheid en materialiteit Accountantsprotocol vervoerders 2017

Betrouwbaarheid en materialiteit

21. Het onderzoek of de controle moet zodanig worden ingepland en uitgevoerd dat het oordeel dat de vervoerder in alle van materieel belang zijnde opzichten de betreffende wet- en regelgeving heeft nageleefd op grond van een redelijke mate van zekerheid kan worden geformuleerd. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95%.

22. Een oordeel in de controleverklaring of een assurance-rapport met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven de bovengenoemde betrouwbaarheid, de accountant geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden heeft aangetroffen die groter zijn dan 1% van de op grond van artikel 22 van de Wp2000 verleende subsidie. Indien de uitkomst hiervan in verhouding tot de omzet van de commerciële activiteiten hoger is dan 2% (van de commerciële activiteiten), dan wordt de materialiteit verlaagd tot 2% van de commerciële activiteiten. Indien uit de berekening een lager bedrag komt dan € 100.000, dan kan worden uitgegaan van een materialiteit van € 100.000. In deze context wordt met de op grond van artikel 22 van de Wp2000 verleende subsidie (zie ook de Bijlage) bedoeld: de bijdrage in de exploitatie voor de betreffende concessie. De werkzaamheden en de materialiteit gelden per verstrekte concessie. Met commerciële activiteiten wordt hier bedoeld: de activiteiten die bovenhands gegund zijn en andere activiteiten.

23. Van een fout is sprake als naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek of de uitgevoerde controlewerkzaamheden blijkt dat niet is voldaan aan één of meer aspecten van het normenkader in dit Protocol. Fouten worden in absolute zin opgevat, saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

24. Van een onzekerheid in het uitgevoerde onderzoek of de uitgevoerde controlewerkzaamheden is sprake als er onvoldoende controle-informatie beschikbaar is om vast te stellen of aan één of meer aspecten van het normenkader is voldaan.

25. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert. Indien de accountant zowel fouten als onzekerheden aantreft die los van elkaar tot een goedkeurend oordeel zouden leiden, weegt de accountant deze in samenhang om te beoordelen of een aangepast oordeel passend is.

Regeling
Accountantsprotocol vervoerders 2017
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
11-12-2021
BWB-id
BWBR0041411
Versie
2021-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl