wetzoeker

Artikel 7 Beleidsregel experimenten vergaand geautomatiseerd varen rijksvaarwegen

1 Binnen drie maanden na beëindiging van het experiment verzoekt de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat om een evaluatierapport van het experiment.

2 In het evaluatierapport, bedoeld in het eerste lid, wordt door de experimenteerpartij ten minste gevraagd om:

a. de resultaten ten aanzien van de ambitie, het doel en de werkmethode zoals opgenomen in het experimenteerplan;

b. eventuele andere relevante constateringen gedaan gedurende het experiment; en

c. indien de experimenteerpartij het experiment geen vervolg wil geven, de reden waarom het niet wenselijk is het experiment vervolg te geven; of

d. indien de experimenteerpartij het experiment vervolg wil geven, de reden waarom het wenselijk is het experiment vervolg te geven.

3 De experimenteerpartij levert op verzoek van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat voorts aanvullende informatie ten aanzien van het experiment en de te nemen vervolgstappen.

4 De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat evalueert het experiment op basis van het door de experimenteerpartij aangeleverde rapport, mede met het oog op de veiligheid en vlotte verloop van de scheepvaart.

Regeling
Beleidsregel experimenten vergaand geautomatiseerd varen rijksvaarwegen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2018
BWB-id
BWBR0041357
Versie
2018-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl