wetzoeker

Instellingsbesluit Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-09-2018
Rechtsgebied
Militair recht, Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0041351
Versie
2018-09-18_0
SHA-256 bron
614a16b363051e2c61004f84ce5ee06b3bcdeae1721ff8598772854610746d03

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de Minister: de Minister van Defensie;

b. de commissie: de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid.

§ 2 — Taak en samenstelling van de commissie

Artikel 2

Er is een Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid.

§ 2 — Taak en samenstelling van de commissie

Artikel 3

De commissie heeft tot taak jaarlijks op onafhankelijke wijze de voortgang en de doelbereiking van het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ voor de periode 2018–2020 te toetsen.

§ 2 — Taak en samenstelling van de commissie

Artikel 4

1 De commissie bestaat uit vier leden, de voorzitter daaronder begrepen.

2 De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister.

§ 2 — Taak en samenstelling van de commissie

Artikel 5

1 Tot lid van de commissie worden benoemd:

a. mevrouw G.A. Verbeet tevens voorzitter;

b. Generaal-majoor der mariniers (bd) P. Cammaert;

c. mevrouw ir. J.P.M. van Doorn-Spronken;

d. de heer prof. dr. I. Helsloot.

2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

3 Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door, of door tussenkomst van, het ministerie van Defensie. De secretaris van de commissie is voor de inhoudelijke uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van de commissie.

§ 3 — Werkwijze van de commissie

Artikel 6

1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2 Gedurende de visitatieperiode hanteren de commissieleden verschillende visitatiemethoden, zoals overleg met medewerkers van Defensie, beoordeling van op schrift gestelde informatie en werkbezoek aan Defensieonderdelen.

3 De commissie heeft in het kader van haar taak onbelemmerd toegang tot locaties in beheer bij het Ministerie van Defensie. De commissie is in het kader van haar taak bevoegd zakelijke inlichtingen en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden te vorderen.

4 Medewerkers van het Ministerie van Defensie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.

§ 3 — Werkwijze van de commissie

Artikel 7

De informatie die de leden van de commissie en de secretaris ontvangen in het kader van hun werkzaamheden voor de commissie is vertrouwelijk. Zij hanteren daarom strikte geheimhouding.

§ 3 — Werkwijze van de commissie

Artikel 8

Na afloop van haar jaarlijkse werkzaamheden biedt de voorzitter van de commissie uiterlijk 15 juni van 2019, 2020 en 2021 haar visitatiebevindingen in rapportvorm aan de Minister aan.

§ 3 — Werkwijze van de commissie

Artikel 9

1 De voorzitter en de andere leden alsmede personen als bedoeld in artikel 5 die de commissie bijstaan, ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.

2 De vergoeding per vergadering van de leden, alsmede personen zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 120% van de in het tweede lid genoemde vergoeding.

§ 3 — Werkwijze van de commissie

Artikel 10

1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen, en

b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek.

2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

§ 4 — Overige bepalingen

Artikel 11

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Defensie.

§ 4 — Overige bepalingen

Artikel 12

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2021.

§ 4 — Overige bepalingen

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid.

§ 4 — Overige bepalingen

Artikel 14

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de leden van de commissie.