wetzoeker

Artikel 7.31 Besluit bouwwerken leefomgeving

Algemeen

1 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat het in werking hebben van een mobiele puinbreker nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 7.28, is verplicht:

a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

2 Voor het in werking hebben van een mobiele puinbreker houdt deze plicht in ieder geval in dat:

a. alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging worden getroffen;

b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;

c. de beste beschikbare technieken worden toegepast;

d. geen significante verontreiniging wordt veroorzaakt;

e. alle passende maatregelen worden getroffen om ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan te voorkomen;

f. metingen representatief zijn;

g. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd; en

h. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft.

Regeling
Besluit bouwwerken leefomgeving
Afkortingen
Bbl
Soort
AMvB
Geldend vanaf
24-09-2026
BWB-id
BWBR0041297
Versie
2026-09-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl