wetzoeker

Artikel 3.3 Omgevingsbesluit

Aanwijzing en begrenzing van beperkingengebieden

Het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk bestaat uit de weg en het daaromheen gelegen gebied, begrensd door een lijn liggend op een afstand van:

a. bij een weg op maaiveldniveau: 10 m, gemeten vanaf de kant van de verharding;

b. bij een weg naast een watergang, die het water van de weg opvangt: 1 m vanaf de insteek van de watergang, gemeten vanaf de insteek die het meest verwijderd is van de weg;

c. bij een weg in ingraving: 5 m, gemeten vanaf de insteek van de maaiveldverlaging;

d. bij een weg in ophoging: 10 m, gemeten vanaf de kant van de verharding, vermeerderd met vijfmaal het hoogteverschil tussen de verharding en de insteek van de maaiveldverhoging;

e. bij een weg in een tunnel of onder een aquaduct: 10 m, gemeten vanaf de rand van het kunstwerk, vermeerderd met viermaal het hoogteverschil tussen de verharding en het maaiveld; of

f. bij een weg op een brug of op een viaduct: 10 m, gemeten vanaf de rand van het kunstwerk, vermeerderd met vijfmaal het hoogteverschil tussen de verharding en het maaiveld.

Regeling
Omgevingsbesluit
Afkortingen
Ob
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0041278
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl