wetzoeker

9.1 — Het onderscheid tussen geautomatiseerd vergelijken en in combinatie verwerken Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie

Het onderscheid tussen geautomatiseerd vergelijken en in combinatie verwerken

De Wpg kent (limitatief) twee verschillende vormen van doorzoeken van politiegegevens: geautomatiseerd vergelijken (art. 8 lid 2, 11 lid 1, 11 lid 2 en 12 lid 4 Wpg) en in combinatie verwerken (art. 8 lid 3 en 11 lid 4)

28 In de artt. 2:1 en 2:2 Bpg zijn limitatief de categorieën van politieambtenaren aangewezen die bevoegd zijn tot geautomatiseerd vergelijken op grond van art. 11 lid 1 en 2 Wpg en gecombineerd verwerken op grond van art. 8 lid 3 een 11 lid 4 Wpg.

. Alleen bij de gecombineerde verwerking in de zin van art. 11 lid 4 Wpg heeft de officier van justitie een rol.

Noch in de Wpg, noch in de Kamerstukken is in een technische omschrijving het verschil tussen geautomatiseerd vergelijken en gecombineerd verwerken benoemd en is toegelicht wat het verschil betekent voor de politiepraktijk. Op basis van de abstractere omschrijvingen in de Kamerstukken

29 Zie Memorie van Toelichting, Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 327, nr. 3, pag. 14, 28, 40, 54 e.v. en Nota naar aanleiding van het verslag, Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 327, nr. 7, pag. 15 en 26.

gaat deze aanwijzing uit van de volgende definities.

Geautomatiseerd vergelijken: het met een binaire zoeksleutel van (een)trefwoord(en) zoeken van bepaalde politiegegevens. Het resultaat van deze gerichte zoekslag is een uitkomst van hit / no hit. Gecombineerd verwerken: zonder binaire zoeksleutel binnen (een selectie van) beschikbare politiegegevens zoeken naar verbanden. Het resultaat van deze vrije zoekslag is een verzameling van gegevens die voldoen aan bepaalde gemeenschappelijke kenmerken. Deze gemeenschappelijke kenmerken kunnen een profiel van indicatoren of bepaalde kenmerken (trefwoorden) inhouden.

Het zoeken met een complex en/of uitgebreid profiel met indicatoren of kenmerken dat is verkregen met een gecombineerde verwerking dient weer gezien te worden als een geautomatiseerde vergelijking. Omdat het zoeken met gemeenschappelijke kenmerken een grote inbreuk op de privacy kan opleveren en deze verwerking daarmee snel valt onder de verwerkingsdoeleinden van art. 9 en 10 Wpg, daaruit veelal nog grotere inbreuken op de privacy voortvloeien en gelet op de mogelijke strafprocessuele consequenties die daar weer uit kunnen voortvloeien (begin van verdenking), ligt het mede gezien art. 148 lid 2 Sv in de rede dat een dergelijke geautomatiseerde vergelijking eveneens plaatsvindt in overleg met de officier van justitie.

Regeling
Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2018
BWB-id
BWBR0041096
Versie
2018-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl