wetzoeker

8.1.1 — Formele toets Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie

Formele toets

De bevoegd functionaris beoordeelt:

− of de Wpg in de doelafwijkende verwerking voorziet;

− of een van de weigeringsgronden uit art. 2:13 Bpg zich voordoet:

a) Het betreft gegevens omtrent informanten of andere personen als bedoeld in art. 12 lid 5 Wpg;

b) Er is gevaar voor leven of gezondheid van betrokkene of derden te duchten;

c) Er is sprake van een verwerking voor een intern integriteitonderzoek onder verantwoordelijkheid van de korpschef;

d) Er is sprake van een verwerking door de rijksrecherche onder verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal;

e) Het betreft gegevens die worden verwerkt op grond van art. 10 lid 1, onder b (themaverwerking: ernstige gevaar rechtsorde misdrijven (art. 3:2 Bpg));

f) Er is sprake van een verwerking voor een door het College van procureurs-generaal als embargo-onderzoek aangemerkt onderzoek (zie paragraaf 12);

− of een andere wettelijke bepaling zich verzet tegen verdere verwerking, bijvoorbeeld het ontbreken van toestemming door de officier van justitie (art 125n lid 3 Sv of art. 126dd Sv).

Regeling
Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2018
BWB-id
BWBR0041096
Versie
2018-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl