wetzoeker

14.1 — Verstrekking binnen de EU (art. 17 lid 4 Wpg en art. 5:2 lid 1 Bpg) Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie

Verstrekking binnen de EU (art. 17 lid 4 Wpg en art. 5:2 lid 1 Bpg)

Binnen de Europese Unie wordt aan personen en instanties belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten op gelijke voet politiegegevens verstrekt zoals aan Nederlandse politieambtenaren politiegegevens ter beschikking worden gesteld

46 Art. 4 lid 3 Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie (PbEG L386), art. 5:2 lid 1 Bpg en Nota van Toelichting bij het Bpg, Staatsblad 2007, 550, pag. 93 e.v..

. Aan deze verplichting hoeft niet te worden voldaan, of deze kan aan beperkende voorwaarden worden onderworpen, indien deze verstrekking:

a) een geval betreft als bedoeld in art. 2:13 Bpg (zie paragraaf 12);

b) essentiële nationale veiligheidsbelangen zouden schaden;

c) het welslagen van een lopend onderzoek of een verwerking, bedoeld in art. 10 lid 1, onder a Wpg of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen;

d) duidelijk disproportioneel of irrelevant zou zijn met het oog op de doelen waarvoor om verstrekking van de gegevens is verzocht;

e) betrekking heeft op een strafbaar feit dat in Nederland strafbaar is gesteld met een gevangenisstraf van één jaar of minder;

f) betrekking heeft op politiegegevens die uitsluitend kunnen worden verstrekt na instemming van de officier van justitie en deze geen toestemming geeft voor de verstrekking (zie paragraaf 8);

g) betrekking heeft op politiegegevens die zijn verkregen van een andere lidstaat of van een derde land en deze geen toestemming geeft voor de verstrekking.

De officier van justitie dient, mede vanwege zijn verantwoordelijkheid voor alle vormen van internationale rechtshulp alert te zijn op de relevantie van de onder zijn gezag verwerkte politiegegevens voor EU personen en instanties belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten. Hij dient de bevoegde functionarissen bij de politie erop te wijzen dat uitgangspunt is dat politiegegevens die relevant zijn voor de voorkoming en opsporing van strafbare feiten in andere EU-landen uit eigener beweging ter beschikking worden gesteld, met name aan Europol (art. 17 lid 4 Wpg en 5:5 Bpg) en Eurojust

47 Deze verstrekkingen vinden plaats door de officier van justitie (art. 13 Besluit van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, 2002/187/JBZ).

.

Regeling
Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2018
BWB-id
BWBR0041096
Versie
2018-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl