wetzoeker

Bijlage 8b — behorend bij artikel 29: De verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (in raffinaderijen bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof gebruikte) hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong Regeling energie vervoer

behorend bij artikel 29: De verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (in raffinaderijen bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof gebruikte) hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong

1. Met betrekking tot de totstandkoming van de verificatieverklaring raffinagereductie vervoersbrandstoffen, is de verificateur bekend met de administratieve processen van de raffinaderijhouder en de relevante activiteiten en processen op de raffinaderij die onder het door de inboeker gehanteerde vrijwillige systeem zijn gecertificeerd. Gelet op dit oogmerk:

a. bezoekt de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen in elk geval de locatie waar de raffinaderijhouder zijn boekhouding heeft;

b. bezoekt de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen de raffinaderij, die onder het certificaat van het vrijwillige systeem van de raffinaderijhouder valt;

c. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen het certificaat van het vrijwillige systeem van de raffinaderij geldig is;

d. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen de soort gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong en de hoeveelheid van die brandstof in liters bij 15°C, dan wel in kilogram;

e. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen dat de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is gebruikt in de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof;

f. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen dat de totale hoeveelheid in dat kalenderjaar door de raffinaderijhouder ingeboekte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong niet groter is dan het totale gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de raffinaderij bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of van een biobrandstof;

g. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen dat de totale hoeveelheid in dat kalenderjaar door de raffinaderijhouder ingeboekte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, opgeteld bij de in het HWI-register, bedoeld in artikel 9.10.5.1 van de wet, ingeboekte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, bedoeld in artikel 9.10.3.1 van de wet, niet groter is dan het totale gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de raffinaderij;

h. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen of de raffinaderijhouder de kenmerken van het bewijs van hernieuwbaarheid juist heeft overgenomen;

i. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen of de raffinaderijhouder kenmerken van hernieuwbaarheid ter grootte van de ingezette hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong heeft afgeboekt van de massabalans;

j. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen dat de hoeveelheid verwezenlijkte broeikasgasemissiereductie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong niet is meegeteld bij de berekening van de broeikasgasemissiereductie van de biobrandstof;

k. controleert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen de in- en verkoopboekhouding van waterstof, alsmede de financiële boekhouding;

l. beoordeelt de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen de administratieve organisatie en de interne beheersing- en controleprocessen;

m. voert de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen gesprekken met de werknemers die bij de inboeking van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong zijn betrokken.

2. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen bepaalt de uit te voeren verificatiewerkzaamheden op basis van een risicoanalyse die ten minste de volgende onderdelen omvat:

a. de hoeveelheid en soort hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die de raffinaderijhouder heeft ingeboekt;

b. of op de raffinaderij een substantiële wijziging heeft plaatsgevonden ten opzichte van de voorgaande verificatie raffinagereductie;

c. of de raffinaderijhouder eerder hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong heeft ingeboekt;

d. de bevindingen uit de voorgaande drie verificaties raffinagereductie vervoersbrandstoffen;

e. de bevindingen uit eventuele inspecties van de emissieautoriteit van de voorgaande drie kalenderjaren.

3. Een verificatieverklaring raffinagereductie vervoersbrandstoffen vermeldt:

a. de gegevens van de raffinaderijhouder met inbegrip van zijn rekeningnummer in het register;

b. een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden (met inbegrip van de bezochte raffinaderij);

c. de hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, opgedeeld per soort hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;

d. de energie-inhoud per soort hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong overeenkomstig artikel 26 van de regeling;

e. dat de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen een redelijke mate van zekerheid heeft verkregen dat de hoeveelheid en soort gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong en de ingeboekte hoeveelheid en soort in het register geen materiële afwijkingen bevat;

f. dat de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen een redelijke mate van zekerheid heeft verkregen dat de totaal in dat kalenderjaar door de raffinaderijhouder ingeboekte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, opgeteld bij de in het HWI-register, bedoeld in artikel 9.10.5.1 van de wet, ingeboekte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter verkrijging van hernieuwbare waterstofeenheden industrie, bedoeld in artikel 9.10.3.1 van de wet, niet groter is dan het totale gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of van een biobrandstof;

g. dat de hoeveelheid verwezenlijkte broeikasgasemissiereductie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong niet is meegeteld bij de berekening van de broeikasgasemissiereductie van de biobrandstof;

h. een totaaloordeel waaruit blijkt dat de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen, met een redelijke mate van zekerheid, de juistheid van de data en informatie over de hoeveelheid en soort ingeboekte hernieuwbare brandstof kan vaststellen.

Regeling
Regeling energie vervoer
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-06-2026
BWB-id
BWBR0041050
Versie
2026-06-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl