C — verificatie van een ingeboekte hoeveelheid aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong Regeling energie vervoer
verificatie van een ingeboekte hoeveelheid aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong
1. Met betrekking tot de totstandkoming van de inboekverificatieverklaring, is de inboekverificateur bekend met de administratieve processen van de inboeker en de relevante activiteiten en processen op de opslaglocaties die onder het door de inboeker gehanteerde vrijwillige systeem zijn gecertificeerd. Gelet op dit oogmerk:
a. bezoekt de inboekverificateur in elk geval de locatie waar de inboeker zijn boekhouding heeft;
b. bezoekt de inboekverificateur de (door de inboeker in dat kalenderjaar gebruikte) opslaglocaties, die onder het certificaat van het vrijwillige systeem van de inboeker vallen, steekproefsgewijs en wel op basis van een risicoanalyse;
c. controleert de inboekverificateur of het certificaat van het vrijwillige systeem van de inboeker geldig is voor alle locaties van de accijnsgoederenplaats, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns waar vanaf de inboeker levert aan de Nederlandse markt voor vervoer;
d. controleert de inboekverificateur de soort geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong en de hoeveelheid van die brandstof in liters bij 15°C, dan wel in kilogram;
e. controleert de inboekverificateur of de vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong aan de Nederlandse markt voor vervoer is geleverd als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling;
f. indien de geleverde brandstof een niet-standaardbrandstof als bedoeld in de aanhef van bijlage 1 is: controleert de inboekverificateur of de brandstof in pure vorm of in een mengsel met een fossiele brandstof geleverd is, en in het geval van een mengsel: het bijmengpercentage van de brandstof;
g. in geval van een vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die als onderdeel van een mengsel met een fossiele brandstof geleverd wordt: controleert de inboekverificateur of de inboeker de aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong kan aantonen overeenkomstig bijlage 2, deel B, van de regeling;
h. controleert de inboekverificateur of de inboeker de kenmerken van het bewijs van hernieuwbaarheid juist heeft overgenomen;
i. controleert de inboekverificateur of de inboeker kenmerken van hernieuwbaarheid ter grootte van de ingezette vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong heeft afgeboekt van de massabalans van hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
j. beoordeelt de inboekverificateur de administratieve organisatie en de interne beheersing- en controleprocessen;
k. voert de inboekverificateur gesprekken met de werknemers die bij de inboeking van de vloeibare biobrandstof van niet-biologische oorsprong betrokken zijn.
2. De inboekverificateur bepaalt de uit te voeren verificatiewerkzaamheden voor het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid op basis van een risicoanalyse die ten minste de volgende onderdelen omvat:
a. de hoeveelheid, soort en energie-inhoud van de vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die de inboeker heeft ingeboekt;
b. de hoeveelheid en soorten hernieuwbare energie die de inboeker heeft ingeboekt;
c. de hoeveelheid en sectoren die de inboeker belevert;
d. het aantal opslaglocaties waar vanaf de inboeker levert aan de Nederlandse markt voor vervoer;
e. de hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die de inboeker per opslaglocatie levert aan de Nederlandse markt voor vervoer;
f. of op de opslaglocatie een substantiële wijziging heeft plaatsgevonden ten opzichte van de voorgaande inboekverificatie;
g. of de inboeker niet-standaardbrandstof zoals bedoeld in bijlage 1 van de regeling in het register heeft ingeboekt;
h. of de inboeker vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong geleverd onder schorsing van accijns zoals bedoeld in bijlage 1 van de regeling heeft ingeboekt;
i. of de inboeker eerder vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong heeft ingeboekt;
j. de bevindingen uit voorgaande inboekverificaties;
k. de bevindingen uit eventuele inspecties van de emissieautoriteit van de voorgaande drie kalenderjaren
3. Een inboekverificatieverklaring vermeldt:
a. de gegevens van de inboeker met inbegrip van zijn rekeningnummer in het register;
b. een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden (met inbegrip van de bezochte opslaglocaties);
c. de hoeveelheid ingeboekte vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, opgedeeld per soort vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
d. de energie-inhoud van de vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong overeenkomstig artikel 2 van de regeling, opgedeeld per soort vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
e. dat de inboekverificateur een redelijke mate van zekerheid heeft verkregen dat de hoeveelheid ingeboekte vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong in het register geen materiële afwijkingen bevat;
f. dat de inboeker een redelijke mate van zekerheid heeft verkregen dat de inboeker de kenmerken van het bewijs van hernieuwbaarheid juist heeft overgenomen;
g. een totaaloordeel waaruit blijkt dat de inboekverificateur met een redelijke mate van zekerheid de juistheid van de data en informatie over de soort en hoeveelheid ingeboekte vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong kan vaststellen;
h. een verklaring van de verificateur dat hij voldoende en geschikte controle-informatie heeft gekregen om tot zijn oordeel te komen.
- Regeling
- Regeling energie vervoer
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 20-06-2026
- BWB-id
- BWBR0041050
- Versie
- 2026-06-20_0