wetzoeker

Deel A — aantonen fysieke hoeveelheid biobrandstof Regeling energie vervoer

aantonen fysieke hoeveelheid biobrandstof

1. De inboeker toont, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit, de fysieke aard van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof in een geleverde brandstof aan door middel van monstername en analyse.

2. Een monstername en analyse vindt plaats op de brandstof die de toeleverancier aan de inboeker levert dan wel op de brandstof die de inboeker aan de Nederlandse markt voor vervoer levert. De monstername en de analyse hebben betrekking op de ingeboekte brandstof die de inboeker aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverd heeft en het genomen monster is representatief voor de geleverde brandstof. De analyse gebeurt met behulp van een erkende methode die bestemd is voor het vaststellen van de aanwezigheid van een biobrandstof.

Met uitzondering van methylvetzuren (FAME), bioethanol en ETBE, gebeurt:

a. een monstername volgens EN ISO 3170 of EN ISO 3171, door een instelling die door een nationaal accreditatie-instituut zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 is geaccrediteerd;

b. een analyse onder ISO-/IEC 17025 accreditatie, verleend door een nationaal accreditatie-instituut zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008.

3. Indien de inboeker de fysieke aard van een hoeveelheid biobrandstof in een geleverde brandstof aantoont met behulp van een analyse van zijn toeleverancier, dan moet de inboeker met een betrouwbare overpomp- en opslagboekhouding van de opslaglocatie, bedoeld in artikel 9.7.4.2, onderdeel b, van de wet, de herleidbaarheid van de hoeveelheid door de inboeker aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde biobrandstof tot de hoeveelheid van zijn toeleverancier ontvangen biobrandstof aantonen. Hiertoe moet:

a. de monstername plaatsvinden op de opslaglocatie van de toeleverancier direct voorafgaand aan de beleverde locatie van de inboeker. Eventuele tussenhandel zonder opslag is toegestaan, evenals het verplaatsen binnen de gecertificeerde opslaglocatie(s) van de inboeker;

b. de monstername bij de leverancier betrekking hebben op de brandstof die aan de inboeker geleverd wordt. Dit moet blijken uit het administratie- en monsternamerapport.

4. De inboeker van een LPG uit biomassa mag de fysieke hoeveelheid biobrandstof aantonen met behulp van een verificatie, bedoeld in artikel 9.7.4.8 van de wet.

Regeling
Regeling energie vervoer
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-06-2026
BWB-id
BWBR0041050
Versie
2026-06-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl