wetzoeker

Sector binnenvaart Regeling energie vervoer

3. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong voor gebruik in binnenschepen voor de aandrijving of als scheepsbehoefte aan boord, in een standaardbrandstof:

a. uitslag tot verbruik door de inboeker of levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een A-B-C-afhaaltransactie van:

– gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns en die geen onderwerp van onderdeel 4 is,

– brandstof die voldoet aan de EN15940, of

– LPGdie voldoet aan de EN589 of LNG die voldoet aan de ISO13686; of

b. levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een bunkerdienstverlener van:

– gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns en die geen onderwerp van onderdeel 4;

– brandstof die voldoet aan de EN15940, of

– LPG die voldoet aan de EN589 of LNG die voldoet aan de ISO13686; en

waarbij de inboeker met onder meer een factuur en een betaalbewijs in zijn boekhouding aantoont dat hij, vanaf zijn accijnsgoederenplaats (of vanaf een accijnsgoederenplaats dan wel een belastingentrepot waarover hij de massabalans van biobrandstoffen voert), de brandstof op het bunkerschip van de bunkerdienstverlener heeft geladen en met een bunkerverklaring van de bunkerdienstverlener de aflevering van die brandstof aan een binnenschip van zijn afnemer aantoont.

4. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof voor gebruik in binnenschepen voor de aandrijving of als scheepsbehoefte aan boord, in een niet-standaardbrandstof:

a. uitslag tot verbruik door de inboeker:

– van gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns, die voor meer dan 50% uit biobrandstof bestaat,

– brandstof die niet voldoet aan de EN15940, of

– LPG die niet voldoet aan de EN589 of LNG die niet voldoet aan de ISO13686; en

waarbij de inboeker onder meer met een factuur, een betaalbewijs en een bunkerverklaring in zijn boekhouding de aflevering van die brandstof aan een binnenschip van zijn afnemer aantoont; of

b. levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een bunkerdienstverlener van:

– gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns, die voor meer dan 50% uit biobrandstof bestaat;

– brandstof die niet voldoet aan de EN15940; of

– LPG die niet voldoet aan de EN589 of LNG die niet voldoet aan de ISO13686; en

waarbij de inboeker met onder meer een factuur en een betaalbewijs in zijn boekhouding aantoont dat hij vanaf zijn accijnsgoederenplaats, of vanaf een accijnsgoederenplaats dan wel een belastingentrepot waarover hij de massabalans van biobrandstoffen voert, de desbetreffende brandstof op het bunkerschip van de bunkerdienstverlener heeft geladen en met een bunkerverklaring van de bunkerdienstverlener de aflevering van die brandstof aan een binnenschip van zijn afnemer aantoont.

Regeling
Regeling energie vervoer
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-06-2026
BWB-id
BWBR0041050
Versie
2026-06-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl