wetzoeker

5.2 — Subsidiabele kosten Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma SDG Partnerschapfaciliteit)

Subsidiabele kosten

a. Kosten voor technische assistentie (TA):

– Projectmanagement: hieronder vallen kosten van activiteiten zoals bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten, opstellen van (business) plannen, rapporteren, projectadministratie, audit kosten.

– Monitoring en (externe) evaluatie van het project.

– Demonstratiematerialen zoals bijvoorbeeld zaden, fertilizer en pesticiden.

– Instandhouding van (delen van) het door het project opgeleverde product of de door het project opgeleverde dienst gedurende de projectperiode waarop de subsidie betrekking heeft.

– Activiteiten die individuele organisaties overstijgen en direct bijdragen aan de doelstellingen van het projectvoorstel zoals bijvoorbeeld een multi-stakeholder dialoog, marktontwikkeling, versterken institutionele capaciteit.

– Kwaliteits- of IMVO certificatie (bijvoorbeeld ISO- en/of milieu-certificering), vergunningen, marketing, advieskosten.

– Overige technische assistentie; hieronder valt kennisoverdracht aan en training van medewerkers van de van het PPP deel uitmakende partners en derde partijen.

b. Kosten voor de aanschaf- en/of voortbrengingskosten van hardware (HW)

Hardware betreft kapitaalgoederen die worden ingezet in het productieproces, zoals machines, gebouwen en installaties en bedrijfsinventaris; eventuele (computer)software valt hier ook onder. Kosten gemoeid met goederen die slechts één productiecyclus mee gaan of in één jaar worden afgeschreven, worden niet aangemerkt als investeringen in hardware, maar als operationele kosten, welke niet subsidiabel zijn.

Onder subsidiabele kosten HW wordt verstaan:

– Investeringen: de aanschaf- en/of voortbrengingskosten in duurzame kapitaalgoederen noodzakelijk voor het uitvoeren van het project.

– Investeringen in nieuwe gemeenschappelijke infrastructuur of verbetering van bestaande infrastructuur, met uitzondering van regulier onderhoud.

– Kosten van heffingen noodzakelijk voor aanschaf van de kapitaalgoederen, uitgezonderd btw.

– Transportkosten van hardware.

Hierbij geldt dat indien de hardware wordt geleverd door één van de PPP-partners slechts de kostprijs van de hardware tot de subsidiabele kosten wordt gerekend.

In de subsidieverleningsbeschikking zal worden opgenomen dat kosten voor hardware en kosten voor technische assistentie, met uitzondering van kosten gemaakt voor het uitvoeren van de inceptiefase, pas subsidiabel zijn na afronding van de inceptiefase. De inceptiefase is afgerond indien alle voor deze fase geplande activiteiten zijn uitgevoerd en de daarmee beoogde resultaten zijn behaald. Op verzoek van het PPP kan RVO hiervan afwijken. RVO beoordeelt dit verzoek aan de hand van de ingediende rapportage en bijbehorende bijlagen van de inceptiefase.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma SDG Partnerschapfaciliteit)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-06-2019
BWB-id
BWBR0041018
Versie
2019-06-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl