wetzoeker

Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken

Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en Wet veiligheidsonderzoeken

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0041001
Versie
2026-04-01_0
SHA-256 bron
363ba6a1ef6339a5060c9d2dcfaf0566489165d06727a02d91b8761ebaf99ef4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (17)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17

Paragraaf 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Wiv: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;

b. Wvo: Wet veiligheidsonderzoeken;

c. Minister: Minister van Defensie;

d. MIVD: Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

e. directeur van de MIVD: Hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

f. mandaat: bevoegdheid om namens de Minister besluiten te nemen en stukken vast te stellen en uitgaande stukken te ondertekenen;

g. machtiging: de bevoegdheid om namens de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke handeling zijn.

Paragraaf 2 — Mandaat secretaris-generaal

Artikel 2

1 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

a. het beslissen op bezwaar met betrekking tot primaire besluiten de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv;

b. het beslissen op bezwaar met betrekking tot primaire besluiten tot het weigeren of het intrekken van de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in de artikelen 8 en 10 juncto artikel 2 van de Wvo indien het advies van de Bezwarencommissie Veiligheidsonderzoeken Defensie wordt gevolgd.

2 Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

Paragraaf 2 — Mandaat secretaris-generaal

Artikel 3

De secretaris-generaal wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat te verlenen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b.

Paragraaf 3 — Mandaat Wvo

Artikel 4

1 Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

a. het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 4 juncto artikel 2 van de Wvo;

b. het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek als bedoeld in de artikelen 9 en 16 juncto artikel 2 Wvo;

c. het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 13, zesde lid, juncto artikel 2 Wvo;

d. het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het functies betreft die als vertrouwensfunctie moeten worden aangemerkt in verband met de daarmee samenhangende noodzaak om toegang te hebben tot militaire installaties;

e. het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij de MIVD;

f. stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot het weigeren dan wel intrekken van de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in de artikelen 8 en 10 juncto artikel 2 van de Wvo.

2 Aan de directeur van de MIVD wordt wat betreft defensieorderbedrijven en TNO-defensieonderzoek mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

a. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de Wvo;

b. het instemmen met de weigering van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8 van de Wvo;

c. het instemmen met de intrekking door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10 van de Wvo.

3 In afwijking van het tweede lid zijn van mandaatverlening aan de directeur van de MIVD uitgesloten de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden voor zover respectievelijk de instemming, weigering of intrekking van de verklaring van geen bezwaar aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zelf is voorbehouden.

4 Bij afwezigheid of verhindering van de directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

5 De directeur van de MIVD wordt toegestaan ondermandaat en machtiging te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, onder a, aan onder hem ressorterende functionarissen en aan een niet onder hem ressorterende functionaris, te weten het hoofd van de unit veiligheidsonderzoeken.

6 De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat te verlenen aan de plaatsvervangend directeur van de MIVD ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder f. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Minister verzonden.

Paragraaf 3 — Mandaat Wvo

Artikel 5

1 Aan de beveiligingscoördinatoren van het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf worden mandaat en machtiging verleend ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo, voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij respectievelijk het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie met uitzondering van de directie Beleid en de Bestuursstaf met uitzondering van de MIVD.

2 Mandaat en machtiging worden verleend aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij de Koninklijke marechaussee.

3 De uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheid geschiedt slechts na instemming van de directeur van de MIVD.

4 Bij afwezigheid van een persoon, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

Paragraaf 4 — Mandaat Wiv

Artikel 6

1 Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van het verlenen van toestemming voor de uitoefening van algemene en bijzondere bevoegdheden en het uitbrengen van verslag omtrent de uitoefening van enkele bijzondere bevoegdheden zoals bedoeld in:

a. de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, eerste lid, onder a, b, en c, 47, vijfde lid, 48, vierde lid, 49, vijfde lid, 50, derde lid en 55, eerste lid, van de Wiv;

b. artikel 58, derde lid, van de Wiv, indien de minister toestemming heeft verleend voor inzet van bijzondere bevoegdheden binnen een woning en die toestemming rechtmatig is bevonden door de toetsingscommissie;

c. de artikelen 59, eerste lid, en 72, eerste lid, van de Wiv.

2 Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv.

3 Het verlenen van toestemming voor de uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden door de directeur MIVD is uitgesloten, indien de uitoefening van de bevoegdheden betrekking heeft op onderwerpen met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of wanneer de bevoegdheden worden uitgevoerd binnen woningen.

Paragraaf 4 — Mandaat Wiv

Artikel 7

1 De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen voor de bevoegdheden bedoeld in artikel 6, aan de onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van:

a. artikel 38, eerste lid, van de Wiv;

b. artikel 40, eerste lid, van de Wiv, tenzij de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;

c. artikel 41, eerste lid, van de Wiv, tenzij:

1°. de natuurlijke persoon belast wordt met het verrichten van handelingen die tot gevolg hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit dan wel dat een strafbaar feit wordt gepleegd, of

2°. de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend.

d. artikel 42, eerste lid, onder a en b, van de Wiv, tenzij de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;

e. artikel 42, eerste lid, onder c, 50, derde lid, 72, eerste lid en 86, tweede en vijfde lid van de Wiv,

2 De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen aan de plaatsvervangend directeur MIVD ten aanzien van de bevoegdheid bedoeld in artikel 59, eerste lid, en van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv.

3 Een afschrift van het besluit, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aan de minister verzonden.

Paragraaf 4 — Mandaat Wiv

Artikel 8

1 Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van stukken en besluiten met betrekking tot het verzoeken of verlenen van toestemming voor de vormen van ondersteuning of samenwerking als bedoeld in:

a. Artikel 86, derde lid, van de Wiv;

b. Artikel 88, vierde lid juncto vijfde lid, van de Wiv, voor zover het de voortzetting van een samenwerkingsrelatie betreft, tenzij een hernieuwde weging van de in artikel 88, derde lid, van de Wiv genoemde criteria tot de conclusie leidt dat er sprake is van een risico bij de samenwerking;

c. Artikel 89, vierde lid, juncto zesde lid, van de Wiv, tenzij de verzochte ondersteuning betrekking heeft op de uitoefening van bijzondere bevoegdheden zoals genoemd in paragraaf 3.2.5, 4.2 of 4.3 van de Wiv en met dien verstande dat er toestemming is ingevolge artikel 88 van de Wiv om met de desbetreffende dienst samen te werken;

d. artikel 95, eerste lid, van de Wiv;

e. artikel 95, tweede lid, van de Wiv voor zover het schriftelijk verzoek betrekking heeft op de uitoefening van bevoegdheden zoals bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, eerste lid, onder a, b en c en 72, eerste lid van de Wiv en het geen onderwerp betreft met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter.

2 De directeur van de MIVD informeert de minister zo spoedig mogelijk over de in het eerste lid, onderdelen b en c, verleende toestemming en het verzoek als bedoeld in onderdelen d en e.

Paragraaf 4 — Mandaat Wiv

Artikel 9

Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

a. het doen van mededeling genoemd in de artikelen 62, eerste lid, en 68 van de Wiv, voor zover de mededeling geen betrekking heeft op onderwerpen met politiek gevoelig karakter.

b. het verlenen van toestemming om in afwijking van artikel 65, eerste lid, van de Wiv, gegevens te verstrekken aan andere personen of instanties, als bedoeld in artikel 65, derde lid, van de Wiv, voor zover de gegevens geen betrekking hebben op onderwerpen met een politiek gevoelig karakter.

c. het doen van mededeling, genoemd in artikel 66, eerste lid van de Wiv, met inbegrip van het vragen van toestemming aan de Rechtbank Den Haag indien de mededeling betrekking heeft op gegevens die betrekking hebben op de vertrouwelijke communicatie tussen een advocaat en diens cliënt zoals bedoeld in artikel 66, derde lid van de Wiv.

Paragraaf 4 — Mandaat Wiv

Artikel 10

Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

a. het verdagen van besluiten genoemd in de artikelen 76, eerste lid, en 80, eerste lid, van de Wiv;

b. het verlenen van ontheffing aan ambtenaren van de MIVD van het reisverbod zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a en b, van de Wiv.

Paragraaf 4 — Mandaat Wiv

Artikel 11

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger in de in de artikelen 6 tot en met 10 bedoelde gevallen voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

Paragraaf 5 — Overige bepalingen

Artikel 12

1 De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels alsmede met inachtneming van de aan de uitoefening van het mandaat gestelde regels en de daaraan verbonden instructies.

2 De mandataris is gehouden de gestelde regels en instructies op te volgen.

Paragraaf 5 — Overige bepalingen

Artikel 13

De mandataris maakt geen gebruik van een aan hem verleend mandaat in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandans een beslissing dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen.

Paragraaf 5 — Overige bepalingen

Artikel 14

1 Ondertekening van besluiten en stukken door de secretaris-generaal met betrekking tot het in artikel 2 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

DE MINISTER VAN DEFENSIE

voor deze,

De secretaris-generaal

Handtekening

Naam

2 Ondertekening van besluiten en stukken door de Directeur van de MIVD met betrekking tot het in de artikelen 4 en 6 tot en met 10 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

DE MINISTER VAN DEFENSIE

voor deze,

De Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Handtekening

Naam en militaire rang

3 Ondertekening van besluiten en stukken door de functionarissen, bedoeld in artikel 5 van deze regeling, met betrekking tot het in artikel 5 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

DE MINISTER VAN DEFENSIE

voor deze:

Aanduiding van de functie

Handtekening

Naam en voor zover van toepassing de militaire rang

Paragraaf 5 — Overige bepalingen

Artikel 15

De Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 en Wet veiligheidsonderzoeken wordt ingetrokken.

Paragraaf 5 — Overige bepalingen

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2018.

Paragraaf 5 — Overige bepalingen

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken.