wetzoeker

5.1.2 — Strafrechtelijke handhaving Aanwijzing binnenvaart

Strafrechtelijke handhaving

Hetgeen voortvloeit uit de HRA voor de binnenvaart op de internationale Rijn heeft op grond van de art. 93 en 94 van de Grondwet voorrang op de nationale regelgeving, mochten deze regelingen met elkaar conflicteren. Het OM handhaaft de vigerende voorschriften op de internationale Rijn met inachtneming van de kaders die voortvloeien uit de HRA. Zo kent art. 32 HRA uitsluitend een geldboete als sanctie. Dit betekent dat bij overtredingen op de internationale Rijn geen ruimte is voor oplegging van vervangende hechtenis.

22 Zie het arrest van de Kamer van Beroep van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart d.d. 3 december 1997 NJ 1998/245 en het arrest van de Hoge Raad d.d. 9 juni 1998 nr. 105.384 NJ 1998/858.

Art. 24c Sr moet dan ook ingevolge art. 94 Grondwet buiten toepassing blijven. Hetzelfde geldt voor het opleggen van taakstraffen of verbeurdverklaring. Ook kan de op een rijnpatent berustende vaarbevoegdheid niet door de rechter worden ontzegd (zie par. 2.4.2 van hoofdstuk 4). De op te leggen geldboete is voorts gemaximeerd. De maximum geldboete bedraagt 25.000 euro.

23 Voor die datum bedroeg het maximum 2.500 bijzondere trekkingsrechten op het Internationaal Monetair Fonds (omgerekend naar euro’s circa 2.750 euro). De verhoging van het maximum volgt uit het Aanvullend Protocol nr. 6, ondertekend te Straatsburg op 21 oktober 1999, in werking getreden op 1 november 2011.

Met deze kanttekeningen geldt het in deze aanwijzing opgenomen beleid mutatis mutandis voor de aktewateren.

Regeling
Aanwijzing binnenvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-06-2018
BWB-id
BWBR0040955
Versie
2018-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl