wetzoeker

4.1 — Stilleggen van schepen Aanwijzing binnenvaart

Stilleggen van schepen

Bestuursorganen, toezichthouders en opsporingsambtenaren beschikken over verschillende mogelijkheden om een schip voor korte of langere tijd stil te leggen.

Veelal kan een passende maatregel worden getroffen door een toezichthouder of bestuursorgaan.

11 Denk aan het stilleggen ter controle (5:19 AWB), het geven van een verkeersaanwijzing (art. 9 SVW), het onderbreken van het gebruik wegens de staat van het schip (art. 17 BVW), het stilleggen van werk en het bevel de arbeid te staken (art. 28 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, art. 8:1 Arbeidstijdenwet), het opleggen van een last onder bestuursdwang (art. 25 SVW) of het toepassen van bestuursdwang (o.a. art. 44 BVW).

Om die reden wordt in eerste instantie getracht de ongewenste situatie langs die weg te beëindigen. Dit uitgangspunt geldt temeer ten aanzien van wet- en regelgeving die primair bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd, zoals de BVW. Als een interventie door een bestuursorgaan of toezichthouder niet mogelijk is, kan op grond van art. 9 SVW een verkeersaanwijzing worden gegeven of kan op grond van art. 28 WED een voorlopige maatregel worden bevolen. In het uiterste geval kan een ambtenaar van politie – op grond van art. 3 van de Politiewet 2012 – een schipper vorderen het schip stil te leggen, al dan niet op een aangewezen ligplaats. Dit laatste is slechts mogelijk in bijzondere gevallen.

Het stilleggen van schepen is een ingrijpende handeling, zodat aan het gebruik van de bevoegdheid steeds een redelijkheidsafweging vooraf dient te gaan, waarbij rekening wordt gehouden met aan een stillegging verbonden gevolgen (proportionaliteit).

Regeling
Aanwijzing binnenvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-06-2018
BWB-id
BWBR0040955
Versie
2018-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl