wetzoeker

3.3.4 — Art. 28a, tiende lid, van de SVW Aanwijzing binnenvaart

Art. 28a, tiende lid, van de SVW

Ten aanzien van art. 28a, tiende lid, SVW valt met betrekking tot ‘de verdachte die niet in staat is zijn wil kenbaar te maken’ een drietal situaties te onderscheiden:

a. De verdachte die door zijn fysieke dan wel psychische hoedanigheid niet in staat is zijn wil kenbaar te maken (anders dan door overmatig drankgebruik; bijvoorbeeld na betrokkenheid bij een scheepvaartongeval en aansluitende ziekenhuisopname vanwege verwondingen).

Bestaat de verdenking dat hij onder invloed van alcohol gevaren heeft, dan kan het bloedmonster met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of politieambtenaar, door een arts

9 Of verpleegkundige, zie artikel 12 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

worden afgenomen, tenzij aannemelijk is dat dit bij de verdachte om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Weigert hij, dan kan hij vervolgd worden op basis van art. 28a, tiende lid, SVW, strafbaar gesteld in art. 31, tweede lid, SVW. Bij weigering wordt het bloedmonster vernietigd. Het oordeel van degene die het bloedmonster afneemt is bepalend voor de beoordeling of verdachte in staat moet worden geacht zijn wil te bepalen.

b. De verdachte die niet in staat moet worden geacht zijn wil kenbaar te maken ten gevolge van overmatig alcoholgebruik.

Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad over de vergelijkbare bepaling van de WVW1994 komt ook deze categorie in aanmerking voor vervolging op grond van art. 28a, tiende lid, SVW, strafbaar gesteld in art. 31, tweede lid, SVW. Het criterium om te bepalen of verdachte onder het tiende lid van art. 28a of onder de regeling van het tweede of het zevende lid valt, ligt met name in de aanspreekbaarheid van de verdachte. Reageert hij niet of geeft hij – al dan niet daarnaar gevraagd – aan dat hij niet begrijpt wat er gebeurt, dan moet worden overgegaan naar de regeling van art. 28a, tiende lid, SVW. Ook hier is het oordeel van degene die het bloedmonster moet afnemen een goede maatstaf bij de beantwoording van de vraag of verdachte simuleert. Een en ander moet dan ook in het proces-verbaal opgenomen worden.

c. Overleden verdachte

Indien verdachte is komen te overlijden bestaat er binnen SVW geen enkele basis om na het overlijden (bijvoorbeeld aan de gevolgen van een verkeersongeval) alsnog bloed af te nemen. Gelet op art. 69 Sr vervalt het recht tot strafvordering bij het overlijden van verdachte. Indien niet onmiddellijk duidelijkheid bestaat over de doodsoorzaak dan heeft het OM de mogelijkheid om een opdracht tot sectie te geven (art. 73, eerste lid, onder a, van de Wet op de Lijkbezorging). Vanzelfsprekend zal met die bevoegdheid uiterst terughoudend moeten worden omgegaan.

10 Let op bij het onderzoek naar ongevallen. In het convenant afspraken OM en de Onderzoeksraad voor veiligheid zijn over sectie en onderzoeken op basis van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid specifieke afspraken opgenomen.

Regeling
Aanwijzing binnenvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-06-2018
BWB-id
BWBR0040955
Versie
2018-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl