wetzoeker

2.2.2 — Rijnvaart Aanwijzing binnenvaart

Rijnvaart

De materiële normen uit de BVW zijn (grotendeels) ontleend aan enkele uitvoeringsregelingen van de HRA.

5 Het gaat met name om voorschriften ten aanzien van vaartijden, bemanningseisen, radarexamens en technische eisen. Het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 en het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, zijn opgenomen als bijlagen bij de Binnenvaartregeling.

Om te voorkomen dat gelijkluidende normen op uiteenlopende wijzen worden gehandhaafd, wordt bij de handhaving van die uitvoeringsregelingen zoveel mogelijk aangesloten bij de praktijk voor de handhaving van de Binnenvaartwet buiten de internationale Rijn. Dit houdt in dat betreffende bepalingen – voor zover zij overeenkomen met hetgeen bij of krachtens de BVW is bepaald – grotendeels bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. In de (bovengenoemde) gevallen waarin strafrechtelijke handhaving aangewezen is, wordt de opsporing en vervolging op de internationale Rijn gebaseerd op art. 32 HRA (zie hoofdstuk 5).

6 In verband met een voorbehoud in de strafbaarstelling in art. 1, onder 4, WED wordt op de internationale Rijn bij gevaar voor de openbare veiligheid niet vervolgd op grond van art. 49 BVW, maar op grond van artikel 32 HRA en het betreffende voorschrift voor de Rijn.

Regeling
Aanwijzing binnenvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-06-2018
BWB-id
BWBR0040955
Versie
2018-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl