wetzoeker

Artikel 8 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

Oprichting en inrichting van de Autoriteit persoonsgegevens

De artikelen 46c, met uitzondering van onderdeel b, 46ca, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, en zesde lid, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, met uitzondering van onderdeel d, 46n, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens, met dien verstande dat:

a. de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46ca, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens door de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens wordt opgelegd;

b. het in artikel 46c, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of hun advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen, niet op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens van toepassing is;

c. de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46ca, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens door de president van het gerechtshof Den Haag wordt opgelegd.

Regeling
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
Afkortingen
UAVG
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0040940
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl