wetzoeker

Artikel 32 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard

Gelet op artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard worden verwerkt, indien:

a. de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden;

b. de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon, indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven;

c. de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;

d. de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsprekende taken;

e. de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in artikel 23, onderdelen a en b; of

f. de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening, en is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 24, onderdelen b tot en met d.

Regeling
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
Afkortingen
UAVG
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0040940
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl