wetzoeker

5.3 — Administratieve procedure voor collectieve verzoeken bij verdragstoepassing Dividendbelasting, vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting

Administratieve procedure voor collectieve verzoeken bij verdragstoepassing

Indien een buitenlandse fiscaal transparante entiteit gebruik wil maken van de in onderdeel 5.2 vermelde goedkeuring dient een verzoek om een algemene machtiging te worden ingediend bij de Belastingdienst/kantoor Buitenland. Pas na afgifte van de machtiging kan de buitenlandse fiscaal transparante entiteit via de website van de Belastingdienst een collectief verzoek indienen om teruggaaf namens al zijn achterliggende participanten uit verdragslanden. Aan een collectief verzoek om teruggaaf, dat op grond van een afgegeven machtiging wordt gedaan, worden de volgende voorwaarden verbonden:

1. Het collectieve verzoek dient alle verdragsgerechtigde participanten te betreffen en dient te worden gedaan per verdragsland op naam van de transparante entiteit;

2. De transparante entiteit dient in het bezit te zijn van een door de fiscale autoriteiten van de betrokken verdragsstaat gedagtekend en ondertekend document waarin deze autoriteiten verklaren dat alle verdragsgerechtigde participanten voor de toepassing van het verdrag met die staat inwoner is van die staat (woonplaatsverklaring). De woonplaatsverklaring mag niet ouder zijn dan twee jaar voorafgaand aan het jaar waarin het dividend ter beschikking is gesteld;

3. De transparante entiteit beschikt vanaf het tijdstip van indiening van het collectieve verzoek in zijn administratie over een geldig en ingevuld formulier IB 95 USA of formulier IB 96 USA voor in de Verenigde Staten gevestigde participanten. Beide inclusief geldig certificaat form. 6166;

4. Bij het collectieve verzoek bevestigt de transparante entiteit voor elke achterliggende participant dat zij de uiteindelijk gerechtigde is tot de dividenden;

5. De transparante entiteit draagt tijdig zorg voor rechtsgeldige opdrachten tot vertegenwoordiging en draagt tevens de verantwoordelijkheid voor de communicatie met de achterliggende participanten. De opdracht tot vertegenwoordiging aan de transparante entiteit omvat de instemming van de achterliggende participanten met het bundelen van:

– het verzoek om teruggaaf van de participant in één collectief verzoek met overige verzoeken om teruggaaf;

– de beschikking op het verzoek om teruggaaf van de participant in één beschikking met overige verzoeken om teruggaaf; en

– de betaling aan de participant in één totaaluitbetaling met overige betalingen aan participanten aan de transparante entiteit.

De participant ontvangt op verzoek een afschrift van zijn individuele beschikking;

6. De transparante entiteit mag geen collectief verzoek om teruggaaf namens zijn achterliggende participanten indienen, indien de achterliggende participanten zelf een verzoek om teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting hebben ingediend met betrekking tot dezelfde dividenden op aandelen;

7. De voorschriften van artikel 52 AWR zijn van toepassing op de bewijsstukken die ten grondslag liggen aan een collectief verzoek;

8. Indien naar aanleiding van een collectief verzoek ten onrechte of tot een te hoog bedrag teruggaaf van dividendbelasting is verleend brengt de transparante entiteit de Belastingdienst hiervan onverwijld op de hoogte. De bepalingen van artikel 20 van de AWR zijn van (overeenkomstige) toepassing;

9. De transparante entiteit gaat – ongeacht de mogelijkheid tot verhaal op een achterliggende participant – onvoorwaardelijk akkoord met terugbetaling aan de Belastingdienst/kantoor Buitenland van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende teruggaven;

10. De voor verdragstoepassing kwalificerende participanten moeten tenminste een jaar onafgebroken eigenaar zijn van hun aandeel in de transparante entiteit. Ingeval het naar het oordeel van de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland duidelijk is dat er geen misbruik in het geding is, kan hij afwijken van de bedoelde eenjaarseis. Hierbij kan gedacht worden aan de in onderdeel 5.4 genoemde buitenlandse werknemersspaarfondsen of werknemersspaarbanken.

Regeling
Dividendbelasting, vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-10-2023
BWB-id
BWBR0040766
Versie
2023-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl