wetzoeker

8.56.4.2 — Criteria voor de beslissing van de ontvanger Invordering, Leidraad Invordering BES

Criteria voor de beslissing van de ontvanger

Bij zijn beslissing op het geschrift dat is ingediend tegen de inbeslagneming van bodemzaken ontziet de ontvanger het eigendomsrecht van een derde in die situaties waarin sprake is van reële eigendom van de derde.

Indien sprake is van ‘reële eigendom’, zal de ontvanger de in beslag genomen zaken teruggeven. Onder reële eigendom wordt verstaan de situatie waarin de zaken zowel in juridisch als in economisch opzicht aan de derde toebehoren.

Dit terughoudende beleid geldt dus niet als de economische verhouding tussen de belastingschuldige en de zaken aanleiding geeft deze als zijn zaken aan te merken. Verhaal op zaken van een derde is dan gerechtvaardigd.

Als voorbeelden hiervan kunnen gelden:

− de situaties waarin zaken zijn geleverd in huurkoop of onder eigendomsvoorbehoud;

− de gevallen waarin de zaken in fiduciaire eigendom zijn overgedragen;

− situaties waarin door middel van leasing of andere vormen van huur of bruikleen het economische risico van waardevermindering van de zaken in overwegende mate bij de belastingschuldige ligt.

Daarnaast zijn er zes situaties waarin geen sprake is van een terughoudend beleid ondanks dat er sprake kan zijn van reële eigendom van de derde in bovenbedoelde zin. Het betreft:

− zaken die door de derde onder enige titel ter beschikking zijn gesteld aan de belastingschuldige, terwijl daarnaast tussen de derde en de belastingschuldige een overeenkomst is gesloten waarin een afnameverplichting of afnamebeding ten behoeve van de derde is opgenomen;

− zaken die toebehoren aan de echtgenoot. Dit geldt uitsluitend voor zaken die in beslag genomen zijn in verband met belastingschuld die materieel is ontstaan in de periode waarin een gezamenlijke huishouding werd gevoerd;

− zaken waarbij in het kader van samenspanning tussen de belastingschuldige en de derde de juridische eigendomssituatie is gefingeerd om verhaal te bemoeilijken;

− zaken die door de derde onder enige titel ter beschikking zijn gesteld, terwijl zodanige afspraken zijn gemaakt tussen de belastingschuldige en de derde dat de belastingschuldige – hoewel hij formeel zelfstandig ondernemer is en hij daardoor risico’s draagt – in feite de vrije beschikkingsmacht over zijn bedrijf en de beslissingsbevoegdheid die normaliter bij het ondernemerschap past, geheel of gedeeltelijk mist. Dit komt omdat hij dit – in een van de situatie afhankelijke mate – feitelijk moet overlaten aan die derde, zonder wie de bedrijfsvoering (of een deel daarvan) zoals die plaatsvindt, niet denkbaar is;

− zaken die zijn vervreemd in het kader van de uitoefening van een pandrecht of een ander tot zekerheid strekkend recht (mede) met het oogmerk deze zaken aan verhaal door de ontvanger te onttrekken;

− Zaken waarvan de lessor fiscaal als eigenaar wordt aangemerkt terwijl de fiscale eigendom van die zaken op een eerder tijdstip krachtens een toen bestaande leaseovereenkomst -waaronder mede begrepen aankoopfinancieringscontracten op basis van verpanding van de verworven zaak- bij de huidige lessee heeft berust.

Regeling
Invordering, Leidraad Invordering BES
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
29-03-2018
BWB-id
BWBR0040762
Versie
2018-03-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl