wetzoeker

8.54.4 — Een vordering op een periodieke uitkering Invordering, Leidraad Invordering BES

Een vordering op een periodieke uitkering

Als de ontvanger een vordering doet op het loon van de belastingschuldige, moet hij rekening houden met de beperking die is geregeld in artikel 1614g van Boek 7A BW BES. Beslag onder de werkgever op het door deze aan de belastingschuldige verschuldigde loon is niet verder geldig dan tot een derde gedeelte van het in geld vastgestelde loon.

Als de ontvanger een vordering doet op een andere periodieke uitkering dan loon – bijvoorbeeld een pensioenuitkering – en de belastingschuldige toont aan dat hij en zijn gezin volledig afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud van deze periodieke uitkering, kan de ontvanger met overeenkomstige toepassing van de eerste alinea de vordering beperken tot een derde gedeelte van de in geld vastgestelde uitkering. De ontvanger doet dit niet als blijkt dat op het vrijgelaten gedeelte door derden beslag is of wordt gelegd.

Als de ontvanger een vordering doet nadat een gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd, moet de derde de gegevens van de gerechtsdeurwaarder aan de ontvanger doorgeven. De ontvanger informeert daarop de gerechtsdeurwaarder dat hij een vordering heeft gedaan bij de derde. De ontvanger deelt de andere schuldeiser mee dat hij mogelijk enige tijd geen gelden uit zijn derdenbeslag zal ontvangen. De derde moet namelijk, ondanks het beslag, aan de vordering voldoen op grond van artikel 8.54 van de wet.

Regeling
Invordering, Leidraad Invordering BES
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
29-03-2018
BWB-id
BWBR0040762
Versie
2018-03-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl