wetzoeker

8.52.2 — Vrees voor verduistering en versnelde invordering Invordering, Leidraad Invordering BES

Vrees voor verduistering en versnelde invordering

Van gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige als bedoeld in artikel 8.52, eerste lid, onderdeel d, van de wet is sprake, als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de belastingschuldige daadwerkelijk onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal komen.

De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren) die aanleiding geven voor de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd.

Als na versnelde beslaglegging blijkt dat de goederen uitsluitend van een derde zijn, is niet voldaan aan artikel 8.52, eerste lid, onderdeel d, van de wet en is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit dat er geen beslag ligt. Als de ontvanger echter verduistering vreest van goederen die daadwerkelijk eigendom zijn van de belastingschuldige, kan hij daarnaast ook op bodemzaken beslag als bij versnelde invordering leggen.

Regeling
Invordering, Leidraad Invordering BES
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
29-03-2018
BWB-id
BWBR0040762
Versie
2018-03-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl