wetzoeker

Artikel 1:6 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Algemene bepalingen

1 In zaken betreffende deze wet, uitgezonderd hoofdstuk 5, paragraaf 6 en hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de woonplaats van betrokkene, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uitmaakt.

2 In zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, is uitsluitend bevoegd de rechter die bevoegd is de in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg opgenomen beslissingen te nemen op grond van het Wetboek van Strafvordering of het Wetboek van Strafrecht.

3 In zaken betreffende hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de plaats waar betrokkene verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt.

4 De beschikking van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad.

Regeling
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Afkortingen
Wvggz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0040635
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl