wetzoeker

Artikel 41 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten

De rechterlijke machtiging

1 De griffier zendt een afschrift van de beschikking inzake de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf, de voorwaardelijke machtiging, en machtigingen tot voortzetting van de inbewaringstelling aan:

a. de cliënt;

b. de advocaat van de cliënt;

c. de ouders die het gezag uitoefenen,

d. de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, of degene door wie de cliënt wordt verzorgd;

e. de vertegenwoordiger;

f. de aanvrager, indien deze niet een van de onder c tot en met e genoemde personen is;

g. het CIZ;

h. de zorgaanbieder die de accommodatie beheert, indien het gaat om een machtiging voor een cliënt die al in de accommodatie verblijft, en

i. de Wzd-functionaris, aangewezen door de in onderdeel h bedoelde zorgaanbieder.

2 Indien afwijzend wordt beslist op het verzoek tot het verlenen van een machtiging zendt de griffier tevens een afschrift aan de bij de zorg voor de cliënt betrokken arts. Hierbij voegt de griffier een afschrift van de verklaring, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, onderdeel d.

Regeling
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten
Afkortingen
Wzd
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0040632
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl