wetzoeker

Artikel 4 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten

Begripsbepaling en reikwijdte

1 In zaken betreffende deze wet, uitgezonderd hoofdstuk 3, paragraaf 2.4, en hoofdstuk 4, is uitsluitend bevoegd de rechter van de woonplaats van de cliënt, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige cliënten worden behandeld door de kinderrechter of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uitmaakt.

2 In zaken betreffende hoofdstuk 3, paragraaf 2.4, zijn gelijkelijk bevoegd de rechter van de woonplaats van betrokkene, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft en de rechter die bevoegd is de in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg opgenomen beslissingen te nemen op grond van het Wetboek van Strafvordering of het Wetboek van Strafrecht.

3 In zaken betreffende hoofdstuk 4, is uitsluitend bevoegd de rechter van de plaats waar de cliënt verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige cliënten worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt.

4 Indien op grond van het in deze wet bepaalde door het CIZ een verzoekschrift wordt ingediend, behoeft de indiening niet door een advocaat te geschieden.

5 De beschikking van de rechter is bij voorraad uitvoerbaar.

Regeling
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten
Afkortingen
Wzd
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0040632
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl