wetzoeker

Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz. (aanbrengen enkele hoofdzakelijk procedurele verbeteringen t.b.v. de rechtspraktijk)

Wet van 31 januari 2018 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en enkele andere strafrechtelijke wetten met het oog op het aanbrengen van enkele hoofdzakelijk procedurele verbeteringen ten behoeve van de rechtspraktijk

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2018
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0040618
Versie
2018-07-01_0
SHA-256 bron
d2f9ccba3859b634b6e845a27107f7159dcb3f411f5b268a394e0b5f35b58eb4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (12)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII

Artikel I

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel II

Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

Artikel III

Wijzigt de Penitentiaire beginselenwet.

Artikel IV

Wijzigt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.

Artikel V

Wijzigt de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Artikel VI

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel VII

Wijzigt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.

Artikel VIII

Wijzigt de Wet forensische zorg.

Artikel IX

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel X

Wijzigt deze wet.

Artikel XI

1 In gevallen waarin voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, eerste lid, nog niet eerder een advies als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, is overgelegd, en de totale duur van de ter beschikkingstelling op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds een periode van vier jaar te boven gaat en de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling reeds is ingediend, wordt door het openbaar ministerie een advies als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, overgelegd indien bij de vordering tot verlenging de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar te boven gaat. Hierna legt het openbaar ministerie steeds een advies als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, over indien het een verlenging vordert waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of van een veelvoud van vier jaar te boven gaat, te rekenen vanaf het moment waarop het eerste advies is uitgebracht.

2 In gevallen waarin voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, eerste lid, reeds een advies als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, is overgelegd, legt het openbaar ministerie indien het een verlenging vordert waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of van een veelvoud van vier jaar te boven gaat, te rekenen vanaf het moment waarop het advies op grond van de bepaling zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze wet laatstelijk is uitgebracht, een advies over als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, Wetboek van Strafvordering.

Artikel XII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.