wetzoeker

4.4.2 — Berekening van de maximale jaarlijkse lozing van elk radionuclide (Aw,i) ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Berekening van de maximale jaarlijkse lozing van elk radionuclide (Aw,i)

Op basis van de hoeveelheid radioactiviteit die in één jaar wordt gebruikt, de wijze van verwerking en de mogelijkheid tot lozing in water, kan voor ieder radionuclide de maximaal theoretisch mogelijke hoeveelheid activiteit (AW,i [Bq]) worden berekend die in een jaar in water kan worden geloosd. Bij de berekening van AW,iwordt gesommeerd over de verschillende handelingen van het betreffende radionuclide en wordt, door middel van de correctiefactor CRW,i, rekening gehouden met de mogelijke cumulatie in het milieu van langlevende radionucliden.

De volgende formule is van toepassing:

waarin:

AW,i | = | maximale (theoretisch mogelijke) lozing van radionuclide i in een jaar in water, gecorrigeerd voor cumulatie in het milieu [Bq]

Ainkoop,i | = | hoeveelheid van radionuclide i dat in één jaar wordt gekocht voor een bepaalde handeling [Bq]

Zi | = | correctiefactor voor uitscheiding van patiënten, zie tabel 4.5

Vi | = | correctiefactor voor kans op lozing op het riool, zie tabel 4.6

Wi | = | correctiefactor voor uitscheiding van proefdieren, zie tabel 4.7

si | = | effectiviteitsparameter voor het filter- of tanksysteem voor radionuclide i, zie tabel 4.8

CRW,i | = | correctiefactor voor lozingen in water voor de fysische halveringstijd van radionuclide i, zie tabel 4.9.

De parameterwaarden voor Z, V en W zijn afhankelijk van de chemische of metabole eigenschappen van de betrokken stoffen en van de handeling waarvoor deze worden gebruikt.

Voor de bepaling van de waarden kunnen hetzij resultaten uit (eerder uitgevoerd) onderzoek worden gebruikt, hetzij metingen worden verricht. Bij gebrek aan gegevens of indien de correctiefactor niet van toepassing is, dient te worden uitgegaan van een waarde van 1.

Correctiefactor voor uitscheiding van patiënten Z

Bij het toedienen van radiopharmaca aan patiënten vervalt een (groot) deel van de activiteit in het lichaam, maar ook zullen radionucliden na kortere of langere tijd via excreta worden uitgescheiden en geloosd op het riool. Om rekening te houden met de effectieve uitscheiding wordt een radiopharmacon- en toepassingafhankelijk correctiefactor Z (tabel 4.5) gehanteerd die aangeeft welk deel van de toegediende activiteit nog tijdens het verblijf binnen de locatie (meestal het ziekenhuis) wordt uitgescheiden en geloosd op het riool.

In tabel 4.5 zijn de waarden gegeven die in formule 4.7 gebruikt dienen te worden voor de verschillende soorten van uitscheidingsgedrag van de radiopharmaca.

Tabel 4.5 Waarde van de correctiefactor Z voor de activiteit van het beschouwde radionuclide, toegediend aan patiënten, die op het riool van de locatie wordt geloosd

Deel van de toegediende activiteit dat binnen de locatie wordt uitgescheiden en geloosd op het riool (inclusief fysisch verval) | Z

Toediening aan patiënten is niet van toepassing | 1

Lozing ≥ 50% | 1

Lozing ≥ 10% | 0,5

Lozing ≥ 1% | 0,1

Lozing ≤ 1% | 0,01

Poliklinische toediening (d.w.z. ontslag uit het ziekenhuis direct na toediening) | 0

Correctiefactor voor kans op lozing op het riool V

Sommige radionucliden bevinden zich in een dusdanige vorm dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze niet via de waterafvoer in het riool zullen geraken (bijvoorbeeld vaste, niet oplosbare stoffen of gassen); andere stoffen zullen makkelijk(er) oplosbaar en dus wegspoelbaar zijn. Daarom is er ook een correctiefactor V (tabel 4.6) die in formule 4.7 gebruikt dient te worden en die de kans aangeeft op lozing van het beschouwde radionuclide op het riool.

Tabel 4.6 Waarde van de correctiefactor V voor kans op lozing op het riool van het beschouwde radionuclide

Kans op lozing op het riool | V

Stoffen in niet verspreidbare vorm, gassen | 0

Alle overige stoffen | 0,1

Correctiefactor voor uitscheiding van proefdieren W

Bij het toedienen aan proefdieren worden de uitwerpselen deels opvangen (vast afval) en niet op het riool geloosd; deels zullen de uitwerpselen worden weggespoeld. Hiervoor geldt een correctiefactor W (tabel 4.7) die in formule 4.7 gebruikt dient te worden en die aangeeft welk deel van de toegediende activiteit op het riool van de locatie wordt geloosd.

Tabel 4.7 Waarde van de correctiefactor W voor de activiteit van het beschouwde radionuclide, toegediend aan proefdieren, die op het riool van de locatie wordt geloosd

Deel van toegediende activiteit dat op het riool van de locatie wordt geloosd | W

Toediening aan proefdieren is niet van toepassing | 1

Lozing ≥ 10% | 1

Lozing ≥ 1% | 0,1

Lozing < 1% | 0,01

Effectiviteitsparameter filter- of tanksysteem s

De eventuele aanwezigheid van een waterzuiveringsfilter in het lozingskanaal of van een (verval)tank waarin de geloosde radionucliden enige tijd verblijven alvorens zij op het riool geloosd worden, kan grote invloed hebben op de geloosde hoeveelheid radioactiviteit. Afhankelijk van de effectiviteit van een dergelijk filter- of tanksysteem voor het beschouwde radionuclide, dienen de in tabel 4.8 vermelde waarden in formule 4.7 te worden gebruikt. Voor de bepaling van de effectiviteit van de filter- of tanksysteem kunnen hetzij fabrieksgegevens worden gebruikt, hetzij metingen worden uitgevoerd. Indien de effectiviteit van het systeem niet bekend is, dient men uit te gaan van een ineffectief systeem (s=0).

Tabel 4.8 Waarde van de effectiviteitsparameter s van het filter- of tanksysteem voor het beschouwde radionuclide

Effectiviteit van het waterzuiveringsfilter of tanksysteem | s

Effectiviteit ≥ 99,99% | 4

Effectiviteit ≥ 99,9% | 3

Effectiviteit ≥ 99% | 2

Effectiviteit ≥ 90% | 1

Effectiviteit < 90% (geen of ineffectief filter of tank) | 0

Correctiefactor CRW

Om rekening te houden met het radioactief verval en de cumulatie in het milieu wordt een correctiefactor (CRW) gebruikt afhankelijk van de fysische halveringstijd van het betrokken radionuclide (zie tabel 4.9). Hiermee wordt de lozing van langlevende nucliden zwaarder gerekend dan de lozing van kort levende. In tabel 4.9 worden de waarden van CRWi gegeven die gebruik dienen te worden.

Tabel 4.9 Correctiefactor (CRw) voor lozingen in water, afhankelijk van de fysische halveringstijd (T½, fys) van het geloosde nuclide

Fysische halveringstijd T1/2, fys | Correctiefactor voor lozingen in water CRW

T1/2, fys ≤ 5 dagen | 0,001

T1/2, fys ≤ 7,5 dagen | 0,01

T1/2, fys ≤ 15 dagen | 0,1

T1/2, fys ≤ 25 jaar | 1

T1/2, fys ≤ 250 jaar | 10

T1/2, fys > 250 jaar | 100

Regeling
ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2023
BWB-id
BWBR0040581
Versie
2023-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl