wetzoeker

4.3.2 — Berekening van de maximale jaarlijkse lozing van elk radionuclide (AL,i) ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Berekening van de maximale jaarlijkse lozing van elk radionuclide (AL,i)

Op basis van de hoeveelheid radioactiviteit dat in één jaar wordt gebruikt, de soort handeling(en) en de mogelijkheid tot verspreiding, kan voor ieder radionuclide de maximaal theoretisch mogelijke hoeveelheid activiteit (AL,i [Bq]) worden berekend die in een jaar in de lucht kan worden geloosd. Bij de berekening van AL,i wordt gesommeerd over de verschillende handelingen met het betreffende radionuclide en wordt, door middel van de correctiefactor CRL,i, rekening gehouden met de mogelijke cumulatie in het milieu van langlevende radionucliden.

De volgende formule is van toepassing:

waarin:

AL,i | = | maximale (theoretisch mogelijke) lozing van radionuclide i in een jaar in lucht, gecorrigeerd voor cumulatie in het milieu [Bq]

Ainkoop,i | = | hoeveelheid van radionuclide i dat in één jaar wordt gekocht voor een bepaalde handeling [Bq]

pi | = | parameter voor verspreidingskans van radionuclide i bij de beschouwde handeling, zie tabel 4.1.

si | = | effectiviteitsparameter voor het filtersysteem voor radionuclide i, zie tabel 4.2.

CRL,i | = | correctiefactor voor lozingen in lucht voor de fysische halveringstijd van radionuclide i, zie tabel 4.3.

Verspreidingsparameter p

De kans dat en de mate waarin een radionuclide zich in lucht verspreidt, bijvoorbeeld in de zuurkast of laboratoriumruimte en vervolgens naar buiten komt, is afhankelijk van de eigenschappen van de stof of verbinding en van de handelingen die ermee worden verricht. De waarden voor de verspreidingsparameter p zijn afgeleid van deze verspreidingskans. In tabel 4.1 zijn de waarden gegeven die in formule 4.2 gebruikt dienen te worden voor een aantal vaak voorkomende handelingen. Indien de handelingen waarvoor vergunning wordt aangevraagd aanmerkelijk daarvan afwijken, dient een toepasselijke keuze te worden gemaakt uit de in tabel 4.1 vermelde waarden.

Tabel 4.1 Waarde van verspreidingsparameter p voor bepaalde handelingen binnen laboratoriumwerkruimten

Handeling | p

Eenvoudige handeling met gassen | –4

Hanteren van poeders in 'open' systeem bijvoorbeeld mengen of malen | –4

Vloeistof met temperatuur tegen kookpunt | –4

Sterk spattende bewerkingen | –4

Labeling met vluchtig nuclide (bijv. jodium) | –4

Koken van vloeistoffen in 'gesloten' systeem | –4

Centrifugeren en mengen op vortex | –3

Eenvoudige bewerking van poeders in 'gesloten' systeem | –3

Opslag van edelgas in toediensysteem | –3

Labeling met niet-vluchtig nuclide | –3

Eenvoudige chemische bepaling met tracers (bijv. RIA) | –2

Kortdurend zeer eenvoudig nat werk, zoals pipetteren van een klein volume van een niet-vluchtige verbinding uit een voorraad-oplossing | –2

Eenvoudige werkzaamheden in 'gesloten' systemen zoals:

– Elutie Tc-generator | –1

– Optrekken van spuiten | –1

– Labeling in gesloten systemen | –1

– Calibratie I-131 capsule | –1

Metingen aan stoffen in moeilijk verspreidbare vorm (bijvoorbeeld in ampul) | –1

Opslag van radioactief afval in werkruimte | –1

Effectiviteitsparameter filtersysteem s

De eventuele aanwezigheid van een filter in het lozingskanaal, kan grote invloed hebben op de geloosde hoeveelheid radioactiviteit. Afhankelijk van de effectiviteit van een dergelijk filter voor het beschouwde radionuclide, dienen in formule 4.2 de in tabel 4.2 vermelde waarden te worden gebruikt. Voor de bepaling van de effectiviteit van het filter kunnen hetzij fabrieksgegevens worden gebruikt, hetzij metingen worden uitgevoerd. Indien de effectiviteit van het filter niet bekend is, dient men uit te gaan van een ineffectief filter (s = 0).

Tabel 4.2 Waarde van de effectiviteitsparameter s van het filtersysteem voor het beschouwde radionuclide

Effectiviteit van het filtersysteem | s

Effectiviteit ≥ 99,99% | 4

Effectiviteit ≥ 99,9% | 3

Effectiviteit ≥ 99% | 2

Effectiviteit ≥ 90% | 1

Effectiviteit < 90% (geen filter of ineffectief filter) | 0

Correctiefactor CRL

Gezien de korte tijdsperiode tussen lozing en inhalatie, wordt bij lozingen in lucht voor het blootstellingspad inhalatie fysisch verval niet nadrukkelijk verdisconteerd. Om rekening te houden met de cumulatie in het milieu, wordt een correctiefactor (CRL) gebruikt afhankelijk van de fysische halveringstijd van het betrokken radionuclide. Hiermee wordt de lozing van langlevende nucliden zwaarder gerekend dan de lozing van kort levende. In tabel 4.3 worden de waarden van CRL gegeven die in formule 4.2 gebruikt dienen te worden.

Tabel 4.3 Correctiefactor (CRL) voor lozingen in lucht, afhankelijk van de fysische halveringstijd (T½,fys) van het geloosde nuclide

Fysische halveringstijd T1/2, fys | Correctiefactor voor lozingen in lucht CRL

T1/2, fys ≤ 25 jaar | 1

T1/2, fys ≤ 250 jaar | 10

T1/2, fys > 250 jaar | 100

Regeling
ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2023
BWB-id
BWBR0040581
Versie
2023-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl