wetzoeker

1.3 — Reactietabel op afzonderlijke zienswijzen kavelbesluiten III en IV Hollandse kust (zuid) (deel 1) Kavelbesluit IV windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)

Reactietabel op afzonderlijke zienswijzen kavelbesluiten III en IV Hollandse kust (zuid)

Volgnr | Thema | Zienswijzenr | Samenvatting zienswijze | Reactie van het bevoegd gezag

Algemeen

1 | | 9, 10 | Indiener verzoekt de overheid duidelijkheid te scheppen over de voorwaarden met betrekking tot huur/opstal/erfpacht voor het gebruik van windturbines binnen de 12-mijlszone. De indiener dringt erop aan dat het windpark wordt gerealiseerd op een zakelijk recht, bij voorkeur opstalrecht. | Op grond van artikel 5:25 van het Burgerlijk Wetboek is de bodem van de territoriale zee eigendom van de Staat der Nederlanden. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) beheert het eigendom van de Staat. Om te voorkomen dat de Staat via verticale natrekking eigenaar wordt van de te plaatsen turbines en platforms van een windpark zal de vergunninghouder een recht van opstal van het RVB moeten verkrijgen. Voor meer informatie: https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/expertise-en-diensten/i/in-gebruik-geven-van-rijksvastgoed/plaatsen-windmolens. In de windvergunning zal vergunninghouder hierop worden gewezen.

2 | | 9, 10 | Indiener vraagt zich af of de toepasselijkheid van het Burgerlijk Wetboek niet in zijn algemeenheid in hoofdstuk 2 van het kavelbesluit moet worden afgewogen, aangezien de kavels III en IV toch wezenlijk verschillen met de andere kavels. | Het Burgerlijk Wetboek is in beginsel enkel van toepassing binnen de territoriale zee en in de context van de kavelbesluiten enkel relevant ten aanzien van het verkrijgen van een opstal of een gebruiksrecht voor gebruik van Rijksgrond en Rijkswater in de territoriale zee. Aangezien deze privaatrechtelijke wetgeving los staat van de publiekrechtelijke wetgeving die betrekking heeft op de vaststelling van de kavelbesluiten wordt de toepasselijkheid van het Burgerlijk Wetboek niet in hoofdstuk 2 van de kavelbesluiten genoemd. In hoofdstuk 2 van de kavelbesluiten is de relevante publiekrechtelijke wetgeving opgenomen die van toepassing is bij het vaststellen van de kavelbesluiten zowel in de EEZ als de territoriale zee.Zie tevens beantwoording op de zienswijze bij volgnummer 1.

3 | | 9, 10 | Indiener verzoekt de overheid om in overleg met de windsector het Incidentbestrijdingsplan Noordzee aan te vullen met een offshore windbeleid dat passend is voor de veiligheids- en milieurisico’s in offshore windparken. | Ter kennisneming aangenomen. De crisis- en incidentenorganisatie van Rijkswaterstaat zal dit in overweging nemen.

4 | | 8 | Indiener geeft aan dat wordt gesteld dat de aanleg en de exploitatie van windparken op zee positieve werkgelegenheids-effecten oplevert, ook voor de kustregio met name in plaatsen die een haven hebben. Blijkens het onderzoek van Decisio geldt voor Zandvoort dat er een potentiele afname van bestedingen is van 11,7 miljoen euro en een afname in werkgelegenheid van 149 FTE. De gemeenteraad van Zandvoort heeft op 26 januari 2010 de structuurvisie 'Parel aan Zee+' vastgesteld. Toerisme en recreatie vormt de economische motor van Zandvoort. Ontwikkelingen van de gemeente Zandvoort zijn dan ook hoofdzakelijk gericht op het ontwikkelen en versterken van het toerisme en economie. Het dagelijks bestuur van Zandvoort gaat graag in gesprek met de minister over de huidige en toekomstige ontwikkelingen van Zandvoort als badplaats mede in het licht bezien van de aan te leggen windparken. | De komst van de windparken op zee kan gepaard gaan met zowel positieve effecten voor sectoren en bedrijven betrokken bij de aanleg en negatieve effecten voor de toerismesector. Voor Zandvoort, dat een sterke toerismesector heeft, zal het tweede effect overheersen. De genoemde cijfers beschrijven overigens wel het maximale effect, volgens Decisio kan het effect ook kleiner zijn of uiteindelijk uitblijven. Hoe dan ook is zowel de kustoverheden als het Rijk er veel aan gelegen om negatieve effecten zoveel mogelijk te beperken en positieve effecten te versterken. Het Rijk onderzoekt daarom samen met de betrokken kustoverheden op welke manier economische kansen benut kunnen worden en het toerisme kan worden versterkt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het versterken van het imago van de Hollandse kust vanwege de bijdrage aan duurzaamheid en het aantrekken van in wind- en duurzame energie geïnteresseerde bezoekers. Graag zet de Minister van Economische Zaken en Klimaat de samenwerking voort en werkt het samen met Zandvoort en andere kustoverheden de initiatieven op het gebied van toerisme verder uit.

Wettelijk kader en beleid

5 | Wet windenergie op zee | 6, 8 | Indieners stellen dat de vaststelling van de kavelbesluiten in strijd is met de Wet windenergie op zee. In de afweging van de locatie keuze op grond van artikel 3 Wet windenergie op zee scoort de locatie Hollandse Kust volgens indieners op alle aspecten slechter dan IJmuiden Ver. | Bij de afweging tot het nemen van een kavelbesluit worden diverse belangen afgewogen die zijn opgenomen in de Wet windenergie op zee. Bijvoorbeeld de kosten om een windpark in het gebied te realiseren en het belang van een doelmatige aansluiting van een windpark op een net moeten worden afgewogen tegen andere belangen. Hollandse Kust scoort op bovengenoemde aspecten beter dan IJmuiden Ver. Deze belangen zijn zorgvuldig afgewogen in het kavelbesluit en daarmee dus niet in strijd met de Wet windenergie op zee. In de afgelopen jaren heeft de Minister van Economische Zaken meerdere malen gerapporteerd over de kostenverschillen tussen de verschillende windenergiegebieden in brieven van 12 februari 2016 (Kamerstukken II, 2015/16, 33 561, nr. 24), 12 mei 2016 (Kamerstukken II, 2015/16, 33 561, nr. 28) en laatstelijk 15 november 2016 (Kamerstukken II, 2016/17, 33 561, nr. 33). In de brief van 12 mei 2016 informeerde de Minister de Tweede Kamer over de meerkosten van 3 miljard euro voor realisatie van de volledige 2.100 MW windenergie op zee op de locatie IJmuiden Ver in plaats van op de dichterbij gelegen locaties voor de Noord- en Zuid-Hollandse Kust conform de routekaart (Kamerstukken I/II, 2014/15, 33 561, nr. 11). Deze bedragen kwamen overeen met de eerdere kostenramingen van ECN uit 2015 waarop ook het Decisio-rapport is gebaseerd. De uitslag van de eerste tender voor Borssele, waaruit bleek dat de kosten van windenergie op zee flink zijn gedaald, was voor de Minister aanleiding om aan ECN te vragen om het kostenverschil tussen het plaatsen van windturbines in de gebieden van de routekaart (inclusief de strook van 10-12 mijl uit de kust) en verder weg op zee nogmaals tegen het licht te houden. Dit onderzoek van ECN geeft aan dat het plaatsen van windturbines in de gebieden uit de routekaart, inclusief de strook van 10-12 mijl uit de kust, goedkoper is en blijft dan plaatsing in het verder van de kust gelegen gebied IJmuiden Ver. Het verschil bedraagt, rekening houdend met alle kostenreducties die blijkens de uitslag van de eerste tender voor Borssele hebben plaatsgevonden, naar de huidige inzichten 1,6 miljard euro. De meerkosten van 1,6 miljard euro in de geactualiseerde raming vloeien grotendeels voort uit de meerkosten van de netaansluiting. Het simpele feit dat IJmuiden Ver vier maal zo ver uit de kust ligt als de gebieden voor de Hollandse Kust verklaart in hoofdzaak het kostenverschil. Ook de windparken zelf blijken op de locatie IJmuiden Ver nog steeds iets duurder vanwege de grotere afstand en grotere waterdiepte. De meerkosten worden slechts ten dele gecompenseerd door de hogere windopbrengsten van de windparken in IJmuiden Ver. Tot slot is het in de discussie over locaties voor windenergie op zee niet een kwestie van óf, maar én. Zoals het kabinet Rutte II heeft aangegeven in de Energieagenda van december 2016 zullen op termijn alle locaties nodig zijn, zowel dichtbij als ver(der) weg.

Regeling
Kavelbesluit IV windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0040532
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl