6.11.2 — Gevolgen Kavelbesluit IV windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
Gevolgen
MARIN-veiligheidsstudie kavel IV
De MARIN-veiligheidsstudie – met kenmerk 28955-4-MSCN-rev.1 – gaat in op de effecten van kavel IV.
De MARIN-veiligheidsstudie voor kavel IV beschrijft gevolgen voor het scheepvaartverkeer en is een bijlage bij het MER. De cumulatieve gevolgen voor de scheepvaartveiligheid zijn inzichtelijk gemaakt aan de hand van twee alternatieven. Alternatief 1 bestaat uit 63 turbines van 6 MW en alternatief 2 bestaat uit 38 turbines van 10 MW. Daarnaast is onderzocht wat de effecten zijn van doorvaart met schepen tot 24 meter in het windpark, waaronder recreatievaart en kleine vissersschepen. Verder gaat de studie in op de risico’s voor aanvaringen en aandrijvingen tegen turbines en indirecte risico’s zoals olie-uitstroom en persoonlijke ongevallen.
Cumulatieve effecten
Meerdere (toekomstige) windparken kunnen extra veiligheidsrisico’s met zich brengen. Dit wordt het cumulatieve effect genoemd. In de MARIN-studie is het cumulatieve effect wat veroorzaakt wordt door deze parken opgenomen als basissituatie. Dit betekent dat de cumulatieve effecten niet apart berekend zijn.
Aanvaringen- en aandrijfkansen
In de MARIN-veiligheidsstudie voor kavel IV zijn de aanvaar- en aandrijfkansen (rammings en driftings) berekend en de gevolgen hiervan, waaronder bezwijken van de turbine, olie-uitstroom en persoonlijk letsel. Om dit te kunnen berekenen is de afwikkeling van het scheepvaartverkeer in SAMSON gemodelleerd (Safety Assessment Model for Shipping and Offshore on the North Sea).
Uit deze berekening blijkt dat de aanvaar- en aandrijfkansen voor kavel IV van alternatief 1 hoger zijn dan die van alternatief 2. De totale aanvaar- en aandrijfkansen bedragen voor alternatief 1 eens in de 25,6 jaar voor verkeer groter dan 24 meter en eens in de 65,9 jaar voor verkeer kleiner dan 24 meter. Voor alternatief 2 bedragen de aanvaringskansen eens in de 53,3 jaar voor verkeer groter dan 24 meter en eens in de 206,1 jaar voor verkeer kleiner dan 24 meter.
Tabel 1 Verwachte aantal aanvaringen/aandrijvingen per jaar voor kavel IV
Variant | Aantal turbines | Aantal aanvaringen (rammen) per jaar | Aantal aandrijvingen (driften) per jaar | Totaal aantal per jaar | Eens per …jaar
R-schepen | N-schepen | R-schepen | N-schepen
Kavel IV 6 MW Schepen >24 m | 63 | 0,00017 | 0,01948 | 0,01367 | 0,00569 | 0,03900 | 25,6
Kavel IV 6 MW Schepen <24 m | 63 | 0,00000 | 0,01371 | 0,00000 | 0,00146 | 0,01517 | 65,9
Kavel IV 10 MW Schepen >24 m | 38 | 0,00007 | 0,00321 | 0,00783 | 0,00302 | 0,01714 | 58,3
Kavel IV 10 MW Schepen <24 m | 38 | 0,00000 | 0,00420 | 0,00000 | 0,00065 | 0,00485 | 206,1
* R-schepen zijn route gebonden schepen en N-schepen zijn niet route gebonden schepen.
De kans op aanvaringen en aandrijvingen als gevolg van het openstellen van een windpark voor schepen tot 24 meter (inclusief de op zeil varende schepen) is verwaarloosbaar klein. De reden hiervan is dat in het algemeen deze schepen door de relatieve beperkte massa een grote wendbaarheid hebben. Daarnaast is er voldoende ruimte tussen de windturbines beschikbaar om te manoeuvreren als gevolg van de onderlinge minimale afstand van windturbines ten opzichte van elkaar.
Indirecte gevolgen: olie-uitstroom en persoonlijk letsel
Door aanvaringen en aandrijvingen kunnen indirecte gevolgen optreden, zoals olie-uitstroom en persoonlijk letsel. De kans op olie-uitstroom is veel kleiner dan de kans op aanvaringen en aandrijvingen omdat niet elke botsing resulteert in olie-uitstroom. Voor kavel IV geldt dat voor alternatief 1 eens per 907 jaar een uitstroom van bunker en ladingolie wordt verwacht. Voor alternatief 2 is dat eens in de 1642 jaar. De kans op persoonlijk letsel is klein. Bij de 6 MW variant is het verwachte gemiddelde aantal doden per jaar als gevolg van een aanvaring of aandrijving van een turbine 0,000196 en het verwachte aantal doden voor de 10 MW variant is 0,000093.
Kruisende scheepvaart
In de MARIN studie is onderzocht welke effecten een windpark in kavel IV kan hebben op kruisende scheepvaart. Onderzocht zijn kruisend verkeer in de zone tussen de noordwesthoek van het windpark en waar scheepvaartroutes elkaar kruisen en kruisend verkeer bij de corridor bij de zuidwesthoek. Hier is slechts aan de westzijde mogelijke interactie met verkeer op de scheepvaartroute. Uit de MARIN studie volgt dat schepen voldoende tijd hebben om uit te wijken.
Recreatievaart
Het windpark kan een aantrekkende werking op recreatievaart hebben. Recreatievaart in of nabij het windpark kan hierdoor toenemen. Dit kan een gevaar opleveren voor recreanten in verband met mogelijke aanvaringen met windturbines. Gelet op de beperkte omvang, de lagere massa en de grotere wendbaarheid van deze schepen is dit risico beperkt. In verband met de veiligheid en toezicht en handhaving dienen alle schepen die door parken heen willen varen technische middelen zoals AIS-B en een marifooninstallatie (VHF) aan boord te hebben. Deze en andere voorwaarden zullen worden vastgelegd in beleidsregels.
- Regeling
- Kavelbesluit IV windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0040532
- Versie
- 2026-07-17_0