wetzoeker

9 — Inhoudelijke criteria (I.1 t/m I.8) Subsidieprogramma Creative Twinning 2018–2020

Inhoudelijke criteria (I.1 t/m I.8)

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie dient de kwaliteit van de aanvraag, beoordeeld aan de hand van de hierna volgende inhoudelijke criteria, goed te zijn. De minimaal te behalen score bedraagt 70% van de maximaal te behalen totaalscore. Bij criterium I.1a en I.2 geldt dat een minimumscore behaald moet worden (zie hiervoor de aanvraagdocumenten). Wordt aan de vereiste minimumscores niet voldaan, dan wordt de aanvraag afgewezen.

Inhoudelijke criteria ten aanzien van de alliantie

Criterium I.1a – Track record

a. De penvoerder en mede-indieners zijn in staat gebleken om geplande outputs en outcomes te realiseren die aansluiten bij de genoemde (sub)doelstellingen van het icb-beleid (zie D.8 sub a) en beschikken over minimaal twee jaar ervaring met de geselecteerde sub-doelstelling(en) en één jaar ervaring in de landen in de in D.11 genoemde regio.

b. De alliantie beschikt over een groot en relevant netwerk, dat wordt ingezet bij de uitvoering van haar activiteiten.

c. De alliantie werkt bij voorkeur regionaal (in twee of meer landen in de in D.11 genoemde regio).

Criterium I.1b – Inclusiviteit, wederkerigheid, USP’s

a. Uit de samenwerkingovereenkomst blijkt dat bij de samenstelling van de alliantie rekening is gehouden met onderlinge complementariteit, wederkerigheid tussen en diversiteit van de deelnemende organisaties.

b. De alliantiepartners hebben een visie op het hanteren van een inclusieve aanpak.

c. De alliantie benoemt voor haar specifieke unique selling points.

Inhoudelijke criteria ten aanzien van het project

Ingediende aanvragen zullen worden beoordeeld op hun beleidsrelevantie aan de hand van de hiernavolgende criteria:

Criterium I.2 – Ontwerp van het project: context, risico’s en haalbaarheid

a. Het project is gebaseerd op een gedegen context- en actoranalyse, waaruit een adequate probleemstelling, de voorgestelde (innovatieve) interventiestrategie en outcomes logisch voortvloeien; duidelijk is hoe hiermee aan één of meerdere sub-doelstellingen voor Creative Twinning 2018–2020 (zie D.8 sub a) in ieder gekozen land wordt bijgedragen.

b. Bij het projectontwerp is rekening gehouden met de lessen en uitkomsten uit evaluaties, pilots, (wetenschappelijke) studies, etc.

c. Het project is SMART

14 SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.

uitgewerkt in middelen, activiteiten, outputs, outcomes, assumpties en indicatoren, en houdt rekening met de risicoanalyse (criterium I.7), waarbij een logische en duidelijk weergegeven samenhang bestaat tussen deze onderdelen.

d. Het project is haalbaar en de gewenste resultaten staan in een realistische verhouding tot de beschikbare capaciteit (kennis, mensen, middelen, netwerken e.d.).

e. De kosten voor projectmanagement en andere overhead staan in een redelijke verhouding tot de middelen die voor de uitvoering van activiteiten worden aangewend.

15 Voor een definitie van wat wordt verstaan onder overheadkosten wordt verwezen naar de ‘definition of administrative costs allowance’ zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2017/04/20/definition-of-administrative-costs-allowance.

Criterium I.3 – Aansluiten op lokale vraag- en context

a. Het project (inclusief de voorgestelde activiteiten) sluit aan bij thema’s die lokaal relevant zijn en sluit aan bij een lokale vraag.

b. Alle alliantieleden 1) hebben effectieve invloed (gehad) op de totstandkoming en inhoud van het project; 2) hebben effectieve invloed op de monitoring en sturing van de activiteiten; en 3) leveren een bijdrage in kind of financieel aan het project.

Criterium I.4 – Inclusiviteit

a. Binnen het project wordt rekening gehouden met inclusiviteit.

b. De alliantie beoogt inclusiviteit te bewerkstelligen in relatie tot: 1) betrokkenheid van jeugd/jongeren in de leeftijdsgroep 15–24 jaar; 2) gekozen (sub)doelgroep(en); 3) mate waarin projecten gebruikmaken van een inclusieve benadering; 4) keuze voor eventuele (uitvoerings)partners.

Criterium I.5 – Langetermijn-perspectief van de samenwerking (duurzaamheid)

Het project is duurzaam, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren:

a. Het langetermijnperspectief voor de samenwerking tussen alliantiepartners en met de beoogde uitvoerende organisaties;

b. De beoogde effecten op de langere termijn voor wederzijds begrip en vertrouwen tussen lokale, internationale en Nederlandse organisaties en de achterban die zij vertegenwoordigen;

c. De wijze waarop het project wordt ingezet binnen lokale creatieve, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen.

Technische criteria voor het project

Criterium I.6 – Gehanteerde PM&E systematiek

De gehanteerde planning-, monitoring- en evaluatiesystematiek is toereikend voor het bewaken van de voortgang en de bijsturing t.a.v. middelen, activiteiten, outputs, outcomes en onderliggende assumpties.

Criterium I.7 – Risicomanagement

Er is sprake van (1) een adequate analyse van de interne en externe risico’s van de uitvoering van het project voor de organisaties en de activiteiten (2) inclusief stappen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Criterium I.8 – Begroting en proportionaliteit

Het project legt een helder en realistisch verband tussen de benodigde middelen en de uit te voeren activiteiten en de te realiseren outputs en outcomes.

Regeling
Subsidieprogramma Creative Twinning 2018–2020
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
11-01-2018
BWB-id
BWBR0040498
Versie
2018-01-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl