wetzoeker

8 — Drempelcriteria (D.1 t/m D.12) (deel 1) Subsidieprogramma Creative Twinning 2018–2020

Drempelcriteria (D.1 t/m D.12)

Voor de drempelcriteria geldt dat indien een aanvraag niet aan één of meerdere criteria voldoet, deze wordt afgewezen en niet verder wordt beoordeeld. De drempelcriteria worden hieronder vermeld en indien nodig toegelicht.

Drempelcriteria ten aanzien van de alliantiepartners

Criterium D.1 – Aanvragers

a) De aanvraag wordt ingediend door een penvoerder namens een alliantie.

b) De penvoerder is een Nederlandse, internationale of lokale culturele niet-gouvernementele organisatie.

c) Mede-indieners zijn Nederlandse, internationale of lokale culturele organisatie(s).

Begripsomschrijving aanvragende partijen

Onder een culturele organisatie wordt verstaan een organisatie die als kernactiviteiten heeft het produceren of presenteren van cultuur, het ontwikkelen van artistieke innovaties, of het ondersteunen van het culturele veld en die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht. Tot deze groep behoren bijvoorbeeld niet-gouvernementele organisaties, kennisinstellingen en bedrijven met een cultureel profiel. Onder niet-gouvernementele organisatie wordt in dit kader verstaan een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte of aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht. Onder cultuur wordt het geheel van de verschillende kunstvormen verstaan (podiumkunsten, beeldende kunsten, film, letteren, crosssectoraal), cultureel erfgoed en ontwerpsectoren (architectuur, design, nieuwe media).

• Onder Nederlandse organisatie wordt verstaan: opgericht in Nederland, volgens Nederlands recht en statutair in Nederland gevestigd.

• Onder internationale organisatie wordt verstaan: een organisatie die statutair buiten de grenzen van Nederland is gevestigd.

• Onder lokale organisatie wordt verstaan: een organisatie die statutair is gevestigd binnen de grenzen van een land waar de beoogde activiteiten zich op richten.

d) Van de partijen die onderdeel uitmaken van de alliantie is ten minste één partij gevestigd in Nederland. Ten minste één van de mede-indieners betreft een lokale danwel internationale partij, gevestigd in het land dan wel één van de landen waar de activiteiten zich op richten.

Criterium D.2 – Omvang van de alliantie

De uitgaven van de penvoerder en mede-indieners gezamenlijk in de laatste 2 jaren waarover een jaarverslag is gepubliceerd, bedragen ten minste € 1,4 miljoen per jaar.

NB. Dit criterium ziet op de uitgaven van de alliantiepartners tezamen. De omvang van de uitgaven van samenwerkingspartners, niet zijnde een alliantiepartner zoals bedoeld in criterium D.3b, zoals (een) lokale uitvoerende organisatie(s), maakt geen onderdeel uit van dit criterium en kan niet worden aangehaald om aan dit criterium te voldoen.

Criterium D.3 – Vereisten aan samenwerking

a) Samenwerkingsovereenkomst

De aanvraag omvat een door alle betrokken alliantiepartners getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over:

i. de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband;

ii. de wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt;

iii. de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers; en

iv. de wijze waarop de penvoerder naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de Minister waarborgt, inclusief de zorg voor gezamenlijke geaggregeerde rapportages.

b) Lokale uitvoerende organisatie(s)

Indien in het kader van de uitvoering van de activiteiten wordt samengewerkt met (een) lokale uitvoerende organisatie(s), niet zijnde een mede-indiener zoals bedoeld in criterium D.1 is deze organisatie:

i. een rechtspersoon,

ii. geschikt voor het uitvoeren van (delen van) het project gelet op zijn ervaring met het beoogde thema dan wel in de beoogde regio, of beide, en

iii. betrouwbaar en stabiel.

Criterium D.4 – Mate van financiële onafhankelijkheid van de organisatie

Gedurende de periode 2014–2016 was ten minste 25% van de totale jaarlijkse inkomsten afkomstig uit bronnen anders dan subsidies en/of bijdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (incl. ambassades). Dit criterium geldt voor de gehele alliantie in gezamenlijkheid.

Criterium D.5 – Uitgesloten organisaties

Organisaties die niet in aanmerking komen voor subsidie in het kader van dit subsidieprogramma, en op generlei wijze onderdeel mogen uitmaken van de alliantie namens welk de aanvraag wordt ingediend, zijn:

a) amateurclubs, hobbyverenigingen en particuliere initiatieven;

b) organisaties die reeds ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een instellingssubsidie ontvangen waarvan de werkingsduur zich uitstrekt tot in het subsidietijdvak waarop dit beleidskader betrekking heeft.

Drempelcriteria ten aanzien van het project

Criterium D.6 – Omvang van de subsidie

a) Minimale en maximale gevraagde subsidiebedrag

De gevraagde subsidie per aanvraag bedraagt ten minste € 600.000 en ten hoogste € 1.4 miljoen voor de duur van het project.

b) Maximale subsidie in relatie tot omvang van de alliantie

Gemiddelde jaarlijkse subsidiebedragen zullen nooit meer bedragen dan 50% van de gemiddelde totale jaarlijkse inkomsten van de alliantieleden gezamenlijk, gemeten over de periode 2014–2016.

c) Eigen bijdrage

De alliantie (of derden anders dan de minister van Buitenlandse Zaken) financiert zelf minimaal 25% van de totale hoeveelheid middelen die zijn benodigd voor de uitvoering van het project waarvoor subsidie wordt gevraagd. Het toegekende subsidiebedrag beslaat dus maximaal 75% van de kosten van uitvoering van de in het project opgenomen subsidiabele activiteiten.

Criterium D.7 – Additionele middelen

De middelen die complementair aan de gevraagde subsidie nodig zijn voor de uitvoering van het project zijn gewaarborgd.

Criterium D.8 – Thematische focus en doelgroep

a) 100% van de hoeveelheid middelen die voor de uitvoering van het project worden aangevraagd (m.a.w. de gevraagde subsidie) dient zich te richten op de (sub)doelstellingen van het subsidieprogramma. Dit betreft:

1. de tweede hoofddoelstelling van het icb 2017–2020, namelijk het inzetten van cultuur voor een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld; én

2. een groter vertrouwen tussen Nederland en de betrokken landen; én

3. één of meerdere van de volgende sub-doelstellingen:

i. een krachtiger lokale cultuursector die kan bijdragen aan maatschappelijke innovatie;

ii. meer cultuurparticipatie door jongeren;

iii. een veiliger en duurzamer leefomgeving in steden;

iv. duurzaam behoud van lokaal cultureel erfgoed.

b) Het project waarvoor subsidie wordt gevraagd richt zich op jongeren tussen 15 en 24 jaar als doelgroep.

Criterium D.9 – Looptijd van het project

Het project waarvoor subsidie wordt gevraagd heeft een minimale looptijd van 24 maanden en een maximale looptijd van 33 maanden.

Criterium D.10 – Start- en einddatum van het project

De uitvoering van het project waarvoor subsidie wordt gevraagd start niet eerder dan 1 april 2018 en niet later dan 1 januari 2019. Het project is uiterlijk 31 december 2020 afgerond.

Criterium D.11 – Landen van uitvoering

a) Het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd richt zich op de landen aan de grenzen van de Europese Unie.

b) Activiteiten gericht op landen waar géén Nederlandse ambassade operationeel is, op landen die vallen onder de DAC-classificering minst ontwikkelde landen (LDC’s)

11 Zie https://www.un.org/development/desa/dpad/wp-content/uploads/sites/45/publication/ldc_list.pdf. Binnen deze landengroep wordt instrumentarium ingezet door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, dat vanuit de ODA-middelen wordt gefinancierd.

, op de landen Libanon, Mali en de Palestijnse Gebieden

12 Zie de Kamerbrief op 15 februari 2017 met daarin de Kabinetsreactie op de motie Van Veen.

of op EER-lidstaten

13 Bij de Europese Economische Ruimte (EER) horen alle EU-landen plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

Regeling
Subsidieprogramma Creative Twinning 2018–2020
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
11-01-2018
BWB-id
BWBR0040498
Versie
2018-01-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl