5 — De Programmalogica Subsidieprogramma Creative Twinning 2018–2020
De Programmalogica
Zoals eerder vermeld is voor de tweede doelstelling van het icb 2017–2020 een zogenoemde Programmalogica
7 De term Programmalogica volgt de opzet en uitgangspunten van een zgn. Theory of Change.
opgesteld. Deze sluit aan bij het huidige icb 2017–2020
8 Kamerstukken II 2015/2016, 31 482, nr. 97; nr. 101; nr. 103.
. Voor een verdere toelichting op het Nederlandse internationale cultuurbeleid wordt in algemene zin verwezen naar eerder genoemde Kamerbrieven (zie 1. Inleiding).
Opzet Programmalogica: logische samenhang tussen activiteiten en doelstellingen
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dienen de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, zoals ook aangegeven in hoofdstuk 2, zich te richten op één of meerdere van de in 2.2 geformuleerde subdoelstellingen.
Projecten dienen derhalve in ieder geval te leiden tot het leveren van een bijdrage aan of bereiken van één of meerdere van de volgende subdoelstellingen (outcomes):
a. een krachtiger lokale cultuursector gericht op maatschappelijke innovatie;
b. meer cultuurparticipatie door jongeren;
c. een veiliger en duurzamer leefomgeving in steden;
d. duurzaam behoud van lokaal cultureel erfgoed.
Activiteiten die hier onder kunnen vallen (outputs), richten zich bijvoorbeeld op ontwikkeling, productie en presentatie van cultuuruitingen; op samenwerking rondom sociale/maatschappelijke innovaties; op het bieden van oplossingsrichtingen voor stedelijke uitdagingen; en op kennisuitwisseling bij en ontwikkeling van herbestemmingsprojecten voor cultureel erfgoed.
Bovenstaande elementen bieden ruimte voor allianties om verschillende invalshoeken voor het inhoudelijke en praktische ontwerp van projecten te kiezen. Dit laat onverlet dat binnen een voorstel inzichtelijk moet worden gemaakt in hoeverre de gekozen benadering aansluit bij de Programmalogica en op welke wijze de voorgestelde activiteiten zich verhouden tot de beoogde (sub)doelstellingen en de gewenste uitkomsten (criterium D.9 en I.2).
Subsidiabele kosten
Subsidie wordt conform artikel 14 Subsidiebesluit BZ slechts verstrekt voor de noodzakelijke kosten van de voorgenomen activiteiten in het licht van de beoogde doelstellingen en resultaten voor zover redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat deze uit eigen middelen of anderszins bekostigd worden. Er moet door de penvoerder aangetoond worden dat de kosten waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft, redelijkerwijs zijn toe te kennen aan de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Daarvan is in ieder geval geen sprake voor zover kosten hoger zijn dan de bestaande normen of anderszins afwijken van wat de gangbare praktijk is in het maatschappelijke of culturele veld. Subsidie wordt niet verstrekt ter dekking van tekorten na afloop van de activiteiten.
Voor subsidiering komen in het kader van dit subsidieprogramma uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:
• personeelskosten;
• ontwikkelings- en uitvoeringskosten van het project (uitgezonderd de voorbereidingskosten voor het opstellen van de aanvraag);
• bureau- en huisvestingskosten;
• kosten voor marketing en publiciteit;
• kosten voor monitoring en evaluatie.
Overige kosten die niet in aanmerking komen voor subsidie:
• voorbereidingskosten voor het opstellen van de aanvraag;
• kosten voor activiteiten die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag al zijn gerealiseerd;
• structurele investeringen, zoals kosten die betrekking hebben op de exploitatie;
• bouw- en restauratiekosten, behalve indien en voor zover deze kosten projecten op het gebied van cultureel erfgoed betreffen, mits deze kosten zich redelijk verhouden tot de gewenste doelstellingen;
• studiereizen;
• haalbaarheidsonderzoeken;
• arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale- en gemeentelijke instellingen;
• het verwerven van eigendommen.
- Regeling
- Subsidieprogramma Creative Twinning 2018–2020
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 11-01-2018
- BWB-id
- BWBR0040498
- Versie
- 2018-01-11_0