wetzoeker

2.1 — Waarheidsvinding Aanwijzing opsporingsberichtgeving

Waarheidsvinding

In het kader van waarheidsvinding kan opsporingsberichtgeving worden ingezet voor

• het doen van onderzoek naar een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis toegelaten is,

• het achterhalen van de identiteit van een verdachte en/of zijn verblijfplaats, bijvoorbeeld ter aanhouding van de verdachte,

• het doen van een getuigen- of een slachtofferoproep,

• het opsporen van een vermiste persoon, als rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de vermiste slachtoffer is geworden van een misdrijf gepleegd door een nog onbekende verdachte,

• het achterhalen van de identiteit van een niet geïdentificeerde dode, als niet kan worden uitgesloten dat de dode het slachtoffer is van een misdrijf gepleegd door een nog onbekende verdachte.

De identiteit van de verdachte kan na toestemming van de hoofdofficier van justitie worden vrijgegeven, op voorwaarde dat:

− sprake is van ernstige bezwaren of een veroordeling ter zake van een misdrijf met een strafbedreiging van acht jaar of meer en

− dit dringend noodzakelijk is voor de opsporing.

Regeling
Aanwijzing opsporingsberichtgeving
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-12-2017
BWB-id
BWBR0040219
Versie
2017-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl