wetzoeker

1.3 — Belangenafweging Aanwijzing opsporingsberichtgeving

Belangenafweging

Wanneer in het opsporingsbericht tot een persoon herleidbare gegevens worden gebruikt, maakt de publicatie daarvan een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van die persoon (artikel 8 EVRM, artikel 10 Grondwet). Een dergelijke inbreuk is ten behoeve van strafvorderlijke belangen toegestaan onder de voorwaarde dat daaraan een zorgvuldige belangenafweging door bevoegde justitiële autoriteiten vooraf is gegaan. De vereisten van rechtmatigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid zijn hierbij leidend. Overschrijding van de grenzen kan een verzuim opleveren in de zin van artikel 359a Sv en kan dus (rechts)gevolgen hebben.

6 Bijvoorbeeld Gerechtshof ’s-Gravenhage 22 januari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:63. Maar ook: HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7688 (HR: geen rechtsgevolgen mits het recht van de betrokkene op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM wordt gewaarborgd).

Dit brengt met zich dat het uitgangspunt is dat de toegang vanuit het openbaar domein tot het tekst- en beeldmateriaal van het opsporingsbericht in beheer bij politie of openbaar ministerie wordt geblokkeerd zodra de noodzaak voor de inzet van het middel is komen te vervallen.

Het maatschappelijk gebruik van internet en sociale media maakt dat de verspreide informatie doorgaans in het ‘permanente digitale geheugen’ terecht komt, waardoor het volledig verwijderen niet mogelijk is. Verdere verspreiding door derden van een opsporingsbericht via internet of sociale media en toevoeging van kwalificaties aan of manipulaties van het primair verspreide beeld komen steeds vaker voor. Dit gegeven noopt tot een zorgvuldige afweging over de keuze voor de tekst, het eventuele beeldmateriaal en het medium.

Regeling
Aanwijzing opsporingsberichtgeving
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-12-2017
BWB-id
BWBR0040219
Versie
2017-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl