wetzoeker

Artikel 5.10 Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand

1 Een verbrandingstoestel wordt uitsluitend gebruikt indien:

a. de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht en de voorziening voor afvoer van rookgas, als bedoeld in artikel 3.30, niet zijn afgesloten;

b. de capaciteit van de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht, van de voorziening voor afvoer van rookgas, als bedoeld in artikel 3.30, en van de daarop aangesloten aansluitleidingen, niet kleiner zijn dan de voor het adequaat functioneren van het verbrandingstoestel noodzakelijke capaciteit;

c. de opstelling van het verbrandingstoestel met inbegrip van een aansluitleiding tussen het toestel en de voorziening voor de afvoer van rookgas brandveilig is;

d. de voorziening voor afvoer van rookgas doeltreffend is gereinigd, en

e. het verbrandingstoestel met een aansluitmogelijkheid op een voorziening voor afvoer van rookgas adequaat op de voorziening aangesloten is.

2 Van een brandveilige opstelling als bedoeld in het eerste lid, onder c, is sprake indien de opstelling brandveilig is, bepaald volgens NEN 3028.

Regeling
Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0040068
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl