wetzoeker

Artikel 68 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

Bijzondere bepalingen betreffende de externe verstrekking van persoonsgegevens

1 Persoonsgegevens worden door Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst schriftelijk medegedeeld, indien de persoon of instantie waaraan de desbetreffende mededeling wordt gedaan naar aanleiding van die mededeling jegens de desbetreffende persoon bevoegd is maatregelen te treffen.

2 In spoedeisende gevallen kan de mededeling, bedoeld in het eerste lid, mondeling geschieden. Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst bevestigt de desbetreffende mededeling zo spoedig mogelijk schriftelijk.

3 Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst kan aan een persoon of instantie inzage verlenen in de aan de mededeling ten grondslag liggende gegevens, voor zover dat voor de beoordeling van de juistheid van de mededeling noodzakelijk is. De artikelen 135 en 136, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de personen en instanties waaraan inzage in de desbetreffende gegevens is verleend.

Regeling
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0039896
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl