wetzoeker

Artikel 37 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

De toetsing door de toetsingscommissie

1 Indien onverwijlde spoed toepassing van het bepaalde in artikel 36, tweede lid, niet toelaat, kan reeds tot de uitoefening van een bevoegdheid waarvoor Onze betrokken Minister toestemming heeft verleend worden overgegaan. Onze betrokken Minister legt de toestemming onverwijld voor aan de toetsingscommissie.

2 Bij het voorleggen van de toestemming aan de toetsingscommissie wordt de toetsingscommissie omtrent de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, met redenen omkleed geïnformeerd. De toetsingscommissie betrekt de toepassing van het eerste lid, eerste volzin, in haar beoordeling.

3 Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat de toestemming niet rechtmatig is verleend, deelt zij haar oordeel met redenen omkleed aan Onze betrokken Minister mee. De door Onze betrokken Minister verleende toestemming vervalt van rechtswege. De met de uitoefening van de bevoegdheid verzamelde gegevens worden terstond vernietigd.

4 Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat ten onrechte toepassing is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, maar van oordeel is dat de toestemming rechtmatig is verleend, bepaalt zij tevens welke gevolgen daaraan verbonden dienen te worden voor de gegevens die zijn verzameld voorafgaand aan het oordeel van de toetsingscommissie. Zij deelt haar oordeel met redenen omkleed aan Onze betrokken Minister mee.

Regeling
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0039896
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl