wetzoeker

Artikel 33 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

De instelling, taakstelling, samenstelling en andere bijzondere bepalingen met betrekking tot de toetsingscommissie

1 De toetsingscommissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd die de leden vervangen bij verhindering en ontstentenis. De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.

2 Ten minste twee van de drie leden, waaronder de voorzitter, dienen ten minste zes jaar de functie van rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie, te hebben vervuld, dan wel ten minste zes jaar als lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, als lid belast met rechtspraak bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven of als lid belast met rechtspraak bij de Centrale Raad van Beroep werkzaam te zijn geweest.

3 De leden en de plaatsvervangende leden van de toetsingscommissie kunnen niet tevens lid zijn van de commissie van toezicht of van de afdeling klachtbehandeling van de commissie van toezicht.

4 De artikelen 99, eerste, tweede, vijfde, zesde, achtste en negende lid, 100, 101, 102 en 104 zijn van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0039896
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl