wetzoeker

Artikel 14 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

Bijzondere bepalingen betreffende de functionarissen die ten behoeve van de diensten werkzaam zijn

1 Het is de ambtenaar van een dienst verboden, anders dan in de uitoefening van zijn functie, te reizen naar dan wel te verblijven in:

a. een land waar feitelijk een gewapend conflict bestaat;

b. door Onze betrokken Ministers gezamenlijk bij ministeriële regeling aangewezen landen waarin het verblijf door een ambtenaar van een dienst een bijzonder risico voor de nationale veiligheid kan opleveren.

2 Onze betrokken Minister kan ontheffing van het in het eerste lid bedoelde verbod verlenen, indien dringende persoonlijke of andere belangen van de betrokken ambtenaar dat vereisen en de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat zich daartegen niet verzetten.

3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de coördinator, de aan hem ondergeschikte ambtenaren en de krachtens artikel 91, tweede lid, en artikel 92, tweede lid, aangewezen ambtenaren.

Regeling
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0039896
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl